De moderne tijdsgeest neigt naar antisemitisme
In dit artikel:
In de Petruskerk in Etten-Leur staan op de voormalige koorzolder beelden die ooit deel uitmaakten van een triomfbalk. Naast Christus, Maria en Johannes toont die balk het paar Ecclesia en Synagoga: de katholieke Kerk als zegevierende, gekroonde vrouw en het Jodendom als een geblindeerde, gebogen figuur. De auteur ontdekt dat deze beeldengroep niet uit de verre negentiende eeuw stamt, maar in 1920 werd aangebracht. Dat maakt de antisemitische symboliek volgens hem ongemakkelijk actueel, zeker omdat zijn grootouders toen nog kinderen waren en de beelden ook na de Holocaust nog in de kerk aanwezig waren.
De auteur verbindt de beelden met oudere katholieke liturgie. Tot ver in de twintigste eeuw werd op Goede Vrijdag gebeden voor de “ongelovige Joden”, met de vraag of God hun blindheid wilde wegnemen. Tot 1955 werd bij dit gebed niet geknield, omdat Joden Christus volgens de traditie zouden hebben bespot door voor hem te knielen. Het gebed bleef eeuwenlang vrijwel onveranderd; in 1959 verdween het woord “perfidis”, maar pas na het Tweede Vaticaans Concilie kwam er een fundamentele omslag. In 1965 riep de verklaring Nostra Aetate op tot begrip en respect voor het Jodendom, waarna het oude bekeringsgebed uit de liturgie verdween.
Volgens de auteur laat deze ontwikkeling zien dat het concilie geen cosmetische hervorming was en dat de Kerk daadwerkelijk afstand heeft genomen van haar vroegere antijudaïsme. Tegelijk waarschuwt hij dat antijudaïsme en antisemitisme historisch met elkaar verbonden zijn. Eeuwen van theologische vijandigheid hebben volgens hem bijgedragen aan een Europese voedingsbodem voor Jodenhaat. Daarom verwerpt hij het idee dat antisemitisme uitsluitend van buiten Europa of door migratie zou zijn geïmporteerd. Ook hedendaags antizionisme kan volgens hem soms als verhulling of rechtvaardiging van antisemitische denkbeelden functioneren.
De auteur maakt zich zorgen over een hernieuwde normalisering van antisemitische retoriek, die volgens hem sinds 7 oktober weer meer ruimte krijgt. Hij ziet parallellen met oude rechtvaardigingen: men zegt niet tegen Joden te zijn, maar verklaart hen wel blind, perfide of verantwoordelijk voor maatschappelijke problemen. Vooral traditionalistische en aan de Kerk gelieerde groepen die zich tegen de hervormingen van Vaticanum II verzetten, noemt hij kwetsbaar voor een terugkeer van antijudaïsme.
Toch pleit hij niet voor het verwijderen van de beelden. Hun betekenis moet juist zichtbaar en bespreekbaar blijven, ook als ze niet langer op een prominente plek staan. Kennis van een pijnlijk verleden kan volgens hem weerbaarheid bieden tegen nieuwe haat. Het verleden onzichtbaar maken wist het niet uit, maar maakt mensen minder in staat om hedendaagse antisemitische patronen te herkennen en zich ertegen uit te spreken.
Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige