De minister die weer huisman, opa en ouderling werd
In dit artikel:
Meer dan vier jaar na het einde van zijn ministerschap blikt Arie Slob terug op de overgang naar het gewone leven. Het vertrek uit de politiek kwam vrij plots door de coronacrisis; sindsdien moest hij zich opnieuw uitvinden: wie is hij zonder ambt, welke uitdagingen neemt hij aan en hoe organiseer je het dagelijks leven als je niet langer doordeweeks in Den Haag verblijft? Het beëindigen van het ‘weekendhuwelijk’ maakte het mogelijk om vaker thuis te zijn en samen met zijn vrouw een nieuw evenwicht te vinden.
Slob beschrijft hoe hij praktische taken in huis op zich neemt — koken, boodschappen doen, de vuilnisbak buiten zetten, stofzuigen, in de tuin werken — en tevreden is over het herstel van meer gezamenlijke tijd met zijn partner, hun vier kinderen en inmiddels elf kleinkinderen. Werken kan hij niet laten: in plaats van één betaalde baan is hij zelfstandig aan de slag gegaan, met voldoende opdrachten die hem bevallen. Ook vervult hij een rol als ouderling in zijn kerkelijke gemeente.
Hij geniet ervan grotendeels onder de radar te kunnen blijven, al leidt herkenning soms tot grappige incidenten, zoals een medereiziger die hem féénlijk toeschreef aan de Belastingdienst. Inmiddels staat hij weer iets meer in de publieke belangstelling: Slob is begonnen als columnist bij het Reformatorisch Dagblad. Hij heeft een digitaal abonnement afgesloten en voelde zich hartelijk welkom geheten. In zijn columns wil hij persoonlijke observaties afwisselen met inhoudelijke commentaren en nodigt hij lezers uit om te reageren.
Kort: Slob heeft na het politieke afscheid een nieuwe levens- en werkbalans gevonden — actieve betrokkenheid, gezinsleven en kerk — en kiest er bewust voor om nu met meer rust én afwisseling invulling te geven aan zijn publieke stem.