De macht van Defensie bedreigt de democratie

maandag, 4 mei 2026 (18:37) - Joop

In dit artikel:

Danielle Braun uitte forse kritiek op de normalisering van militaire oefeningen nu die herhaaldelijk tot grote natuurbranden leiden. Volgens haar en andere critici gaat Defensie veel te laconiek om met de enorme schade aan natuur, recreatie en omwonenden en ontbreekt het aan effectieve coördinatie en preventie.

Al jaren waarschuwden deskundigen dat klimaatverandering het risico op natuurbranden vergroot. Toch zou Defensie zich niet hebben aangepast: er is weinig investering in brandweermaterieel, er worden geen nieuwe bestrijdings- en preventiemethoden ontwikkeld en bij grote branden moest worden teruggevallen op buitenlandse brandweerhulp. In 2024 ontstonden bijna vier op de tien natuurbranden op militaire oefenterreinen (66 van 170). In 2025 waren dat er 124; voor dit jaar is het aantal nog onduidelijk omdat Defensie eerst onderzoek wil doen.

Kritiek gaat verder dan operationele nalatigheid. Defensie wordt gekenschetst als een 'staat binnen de staat' met eigen rechtspraak en cultuur, waar fouten vaak ontkend of weggemoffeld worden en een sterke corpsgeest problemen als discriminatie wegleest. Andere ministeries – van Justitie & Veiligheid tot Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – zouden door Defensie als hinderlijk worden gezien. Er is zorg over militaire invloed in het hoger onderwijs, technologiekeuzes (zoals Palantir) en het prioriteren van wapeninkoop boven civiele veiligheid.

Politiek kreeg Defensie de afgelopen jaren grote financiële ruimte van de Tweede Kamer, maar die middelen bleken weinig richting een coherente visie voor moderne landsverdediging en samenwerking binnen de NAVO te hebben opgeleverd. Deskundigen spreken van een 'speeltuin' voor generaals die zich voorbereiden op oude typen oorlogvoering. Mediacommentatoren met militaire sympathie relativiseren vaak de problemen en herhalen een securitair narratief dat burgers als naïef afschildert.

De recente praktijk illustreert de kritiek. Staatssecretaris Gijs Tuinman en commandant Onno Eichelsheim gaven eerder opmerkingen die de indruk wekten dat oefeningen ongehinderd doorgingen, zelfs tijdens hitte en droge periodes; Eichelsheim zei aanvankelijk dat oefeningen zouden doorgaan ondanks code rood, maar werd teruggefloten toen een grote brand bij ’t Harde bleef woeden en minister Yeşilgöz niet aansprakelijk wilde lijken. Ook waarschuwingen van bijvoorbeeld vliegveld Kempen van tevoren werden als onvoldoende meegenomen.

Verschillende reparatievoorstellen doen de ronde: een tijdelijk verbod op fysieke oefeningen tijdens droogte, het gebruik van digitale en virtuele trainingsvormen, vaker oefenen in buurlanden met ruimere natuurgebieden, en het structureel betrekken van brandweer- en veiligheidsregio’s in Defensieprotocollen. Suggesties omvatten ook dat niet de pelotonscommandant maar een brandmeester moet beslissen over doorgang van oefeningen, en dat Defensie zijn geld inzet voor het vergroten van waterbuffers en het herstellen van natte natuur (hogere grondwaterstanden, veenweiden) om brandrisico’s te verkleinen.

Tot slot waarschuwen critici dat de sterke positie van Defensie in politiek en publieke sfeer – versterkt door stoere retoriek uit kabinet en staatshoofd – een risico vormt voor de democratische controle. Die combinatie van grote financiële middelen, beperkte externe toetsing en een doorwrochte interne cultuur maakt het volgens tegenstanders twijfelachtig of de Tweede Kamer voldoende kan afdwingen dat militaire oefeningen voortaan natuur en burgers ontzien.