De maan als nieuw strijdtoneel: staten en bedrijven ontdekken de waarde van de ruimte

donderdag, 19 februari 2026 (10:48) - Het Parool

In dit artikel:

De wereld staat opnieuw in het teken van de ruimte: Amerika bereidt zich voor op nieuwe maanmissies, commerciële spelers zoals Elon Musks SpaceX lanceren massaal satellieten, en China bouwt op grote schaal aan eigen capaciteiten. Ruimtevaart is daarmee niet meer alleen een zaak van staten, maar een lucratieve en strategische industrie die bijna alle sectoren op aarde raakt — van transport en voedselvoorziening tot defensie en digitale communicatie.

Satellieten vormen de ruggengraat van veel alledaagse diensten. Universitair docent Rudolf Saathof van de TU Delft benadrukt dat mensen tientallen keren per dag op ruimte-infrastructuur leunen: gps voor navigatie en transportplanning, weersvoorspellingen, bezorgdiensten en telecomdiensten. Wereldwijd cirkelen inmiddels bijna 12.000 satellieten om de aarde. Volgens het World Economic Forum kan de 'ruimte-economie' tegen 2035 een waarde van ongeveer 1,8 biljoen dollar bereiken, ruim drie keer meer dan enkele jaren geleden, met grote economische kansen in transport, consumentengoederen en digitale diensten.

Tegelijk roept die explosieve groei fundamentele juridische en politieke vragen op: van wie is de ruimte en wat mag er? De basisregels staan in het Ruimteverdrag van 1967, dat door 118 landen is ondertekend. Dat verdrag bepaalt dat de ruimte het domein van de mensheid is, vrij te onderzoeken en te gebruiken door alle landen en alleen voor vreedzame doeleinden; geen landen mogen hemellichamen opeisen. Bovendien legt het verdrag staten de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid op voor activiteiten van commerciële actoren binnen hun rechtsgebied: private ondernemingen moeten werken onder vergunning en toezicht van een staat, die aansprakelijk is bij schade. Dat mechanisme moet voorkomen dat bedrijven ongereguleerd raketten de ruimte in schieten of schade veroorzaken.

Toch blijkt die juridische bedekking in de praktijk onder druk te staan. Het landschap is veranderd: naast traditionele grootmachten als de VS en Rusland opereren nu commerciële giganten (SpaceX, Blue Origin) en opkomende ruimtelanden. Massale satellietconstellaties — zoals het beoogde miljoen extra satellieten van Musk — vergroten het risico op congestie en ruimtepuin. Experts pleiten voor ontwerprichtlijnen (bijvoorbeeld voorzieningen om satellieten gecontroleerd te laten terugkeren) en nieuwe internationale beginselen om gezamenlijk gebruik, veiligheid en duurzaamheid te waarborgen.

Militarisering is een tweede zorgpunt. Ruimte is door NAVO en diverse landen als strategisch domein benoemd; sommige staten voeren antisatelliettesten uit en richten space forces op. Dat raakt het delicate evenwicht dat in de Koude Oorlog werd vastgelegd en heeft gevolgen voor samenwerkingsprojecten zoals het Internationaal Ruimtestation (ISS). Internationale partnerschappen staan onder druk; de lopende ISS-overeenkomst loopt af en private stations van commerciële partijen worden al als alternatief genoemd. Ook kleinere landen investeren nu in militaire en civiele capaciteit — Nederland heeft bijvoorbeeld sinds kort een eigen SAR-satelliet voor defensie-inlichtingen.

China meldt stevige ambities en investeringen: Beijing streeft ernaar uiterlijk in 2030 een mens op de maan te zetten en werkt aan een ‘ruimtecloud’ met AI-datacenters in een baan om de aarde. Staatsmedia spreken ook over ruimtetoerisme en grondstofwinning, en er zijn speciale opleidingen opgezet om ruimte-experts op te leiden. Het tempo van Chinese lanceringen nam recent toe, en analisten verwachten records de komende jaren.

Een belangrijke drijfveer achter de nieuwe race is de potentie van grondstoffen in de ruimte. Asteroïden, de maan en rotsachtige planeten herbergen metalen en zeldzame aardmetalen (platinum, nikkel, kobalt, neodymium enz.) en op de maan zijn waterijs en helium-3 van strategisch belang. Dergelijke hulpbronnen zouden grondstofschaarste op aarde kunnen beïnvloeden en toekomstige tussenstations voor diepere ruimtevaart mogelijk maken (bijv. tanken op de maan). Tegelijk vragen ontginning en mijnbouw in de ruimte om duidelijke regels, want ook deze hulpbronnen vallen formeel onder het gemeenschappelijk domein van de mensheid.

Technologieën als robotica zijn cruciaal voor verdere exploitatie en vestiging buiten de aarde. Robotzwermen kunnen prospectie, delving en bouw uitvoeren op de maan of Mars zonder menselijke aanwezigheid, en in de ISS wordt al geëxperimenteerd met productieprocessen (bijv. kristalgroei voor halfgeleiders). Experts schatten dat met voldoende inzet grootschalige ontginning of productie op andere hemellichamen binnen enkele jaren technisch haalbaar kan worden, vooral met robotica en autonome systemen.

Kortom: ruimtevaart is economisch en strategisch steeds belangrijker, maar de bestaande internationale kaders — vooral het Ruimteverdrag uit 1967 — moeten worden aangevuld en aangepast aan een tijd van commerciële spelers, massale constellaties, militaire belangen en plannen voor mijnbouw in de ruimte. Beleidsmakers, bedrijven en wetenschappers worden voor de uitdaging gezet om samen nieuwe regels en normen te ontwikkelen die veiligheid, efficiënt gebruik en duurzaamheid van de ruimte garanderen.