De lucht is net zo droog als in een woestijn en dat past binnen een trend
In dit artikel:
Donderdag was de lucht boven Nederland extreem droog — vergelijkbaar met woestijnlucht — en dat droeg mede bij aan meerdere branden in het land. Het KNMI-meteoroloog Peter Siegmund wijst erop dat april dit jaar uitzonderlijk droog was: gemiddeld viel in Nederland slechts 8 mm regen terwijl circa 40 mm normaal is, en de zon scheen zo’n 62 uur meer dan dertig jaar geleden. Droge lucht wordt in de meteorologie aangeduid als een relatieve luchtvochtigheid onder de 50 procent; donderdag zakte die op plekken in Brabant en Limburg tot zo laag als 15 procent, alleen op de Waddeneilanden werd de 30 procent gepasseerd.
Doordat er weinig regen viel en er meer zon is, is de bodem zeer uitgedroogd en verdampt er minder vocht vanuit de grond naar de lucht, waardoor een belangrijke bron van luchtvochtigheid ontbreekt. Dat heeft directe gevolgen voor jong groen: bij lage luchtvochtigheid verliezen twijgen makkelijker vocht en drogen ze uit, waardoor ze eerder brandbaar materiaal vormen. Het jaarlijkse aantal 'drogeluchtdagen' (RH < 50%) ligt nu rond de 90 per jaar, tegen ongeveer 50 rond 1950 — bijna een verdubbeling.
De trend van dalende relatieve luchtvochtigheid is niet alleen Nederlands maar globaal zichtbaar. Of dit direct gevolg is van klimaatverandering is volgens Siegmund nog niet eenduidig te zeggen; andere oorzaken spelen ook een rol, zoals sterk afgenomen luchtvervuiling eind vorige eeuw waardoor de zon vaker onbewolkt doorbreekt, en een toegenomen aanvoer van lucht uit het zuiden. Wel draagt opwarming van land bij aan meer uitdroging: bij ongeveer 1 °C opwarming neemt de verdamping grofweg met 2 procent toe. Al met al vergroten de veranderende weersomstandigheden het risico op natuur- en bosbranden.