De Lijn neemt 1.000e elektrische bus in gebruik: "Ook stelplaatsen moeten aangepast worden"
In dit artikel:
In Antwerpen heeft De Lijn haar 1.000e elektrische bus in gebruik genomen. Daarmee rijden er in Vlaanderen nu 3.800 bussen, waarvan 1.000 elektrisch. De Vlaamse regering streeft ernaar dat het volledige busvervoer tegen 2035 emissievrij is.
De Lijn erkent dat het nog moet bijbenen: ongeveer driekwart van de ritten wordt vandaag door privébedrijven uitgevoerd. Dankzij een bijkomende investering van 400 miljoen euro zijn vorig jaar honderden elektrische bussen besteld; tegen het einde van de legislatuur wil De Lijn zelf ongeveer 1.000 elektrische bussen in eigendom hebben, evenveel als de private exploitanten.
De omschakeling vergt meer dan voertuigen alleen: stelplaatsen moeten worden aangepast met laadinfrastructuur en het verkrijgen van vergunningen verloopt vaak moeizaam of wordt aangevochten. De elektrificatie van zo’n twintig stelplaatsen is lopende; de nieuwe site in Mortsel wordt als voorbeeld van een moderne, duurzame stelplaats genoemd.
Chauffeurs zijn overwegend tevreden: elektrische bussen zijn stiller, comfortabeler en beschikken over meer veiligheidssystemen. Grote technische problemen zijn vooralsnog beperkt. Privé-uitbaters (FBAA) geven aan dat meer dan de helft van hun vloot al elektrisch is, maar wijzen op uitdagingen zoals de hogere aankoopprijs van elektrische bussen (ongeveer dubbel zo duur als diesel) en obstakels rond vergunningen en verzekeringen voor stelplaatsen.
Omdat bestelde bussen doorgaans 15 tot 18 maanden op levering staan, blijft de transitie een traject op middellange termijn. De ingebruikname van de 1.000e elektrische bus is een belangrijke stap richting schoner openbaar vervoer, maar benadrukt ook de operationele en infrastructurele opdrachten die nog moeten worden aangepakt.