De les van het Limburgs landschap: het schaden van de natuur is het schaden van onszelf
In dit artikel:
In de eerste aflevering van een maandelijkse wandelreeks verkent Sander Turnhout het Zuid-Limburgse landschap en de vraag hoe de bijzondere natuur daar behouden kan blijven. De streek onderscheidt zich door heuvels, hellingbossen, bronbeken, kalkgraslanden en mergelbodems. Daardoor konden soorten als de bosbeekjuffer, eikelmuis, vuursalamander en vroedmeesterpad er langer overleven dan elders in Nederland.
Tegelijk staat dit landschap onder druk. De overstroming van de Geul bij Valkenburg in 2021 veroorzaakte ongeveer 400 miljoen euro schade. Hevige regenval bedreigt bovendien de laatste Nederlandse populatie vuursalamanders: bij overbelasting van het riool fungeren bronbeken in het Bunderbos als overstort, waardoor salamanderlarven worden weggespoeld. Volgens Turnhout kunnen natuurherstel en waterbeheer niet los van elkaar worden gezien. Herstelde landschappen bieden niet alleen ruimte aan zeldzame dieren en planten, maar beperken ook overstromingsschade, versterken de economie en maken dorpen klimaatbestendiger.
Boeren zijn volgens de auteur niet de voornaamste bedreiging. Veel boeren werken juist mee aan de aanleg en het onderhoud van poelen, akkerranden en holle wegen. Wel moeten ecologische verbindingen worden versterkt. Turnhout wijst daarvoor vooral naar Maastricht Aachen Airport, dat volgens hem verliesgevend is, vervuiling veroorzaakt en het Bunderbos van omliggende gebieden afsluit. Het opheffen van die barrière zou ruimte bieden voor natuur, waterberging, woningbouw, recreatie en economische ontwikkeling. Hij verwijst naar het plan pleinAIR Maastricht, waarbij vrijgekomen middelen onder meer boeren zouden kunnen belonen voor landschapsbeheer.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp tegen Arend Jan Boekestijn In de Wandelgangen: 'Wat ik wel altijd van jou vind...'