De latere Amerikaanse president vond de Amsterdamse schoolleiding kleingeestig
In dit artikel:
In 1780 arriveerde de Amerikaanse gezant John Adams in Amsterdam met het doel geld en diplomatieke erkenning te verkrijgen voor de opstandige kolonies tegen Engeland. Aanvankelijk logeerde hij op de Oudezijds Achterburgwal, maar op advies van lokale gezagsdragers verhuisde hij naar een representatiever adres aan de Keizersgracht om indruk te maken op regenten en geldschieters. Na circa twee jaar intensief lobbyen wist Adams de Republiek der Verenigde Nederlanden zover te krijgen de Verenigde Staten formeel te erkennen; tegelijk kregen de Amerikanen een lening van 5 miljoen gulden, grotendeels afkomstig van Amsterdamse financiers.
Adams bracht zijn twee jonge zonen kort op een Latijnse school op het Singel onder, stuurde hen begin 1781 naar de universiteit van Leiden en klaagde over de ongezonde dampen van de grachten; hij werd in de zomer van 1781 ook ernstig ziek. In april 1782 erkenden de Staten-Generaal hem officieel als ambassadeur, waarna hij naar Den Haag verhuisde; twee maanden later kwam de lening rond, mede omdat het militaire tij voor de Amerikanen zich keerde. Adams was later een van de ondertekenaars van de vredesregeling met Engeland (1783), keerde in 1788 terug naar de VS en werd in 1797 de tweede president van de Verenigde Staten.