De laatste zak bloem uit meelfabriek Waddenmolen in Uithuizermeeden. 'Dit doet pijn', zegt Arend (64) die er altijd heeft gewerkt
In dit artikel:
Na bijna tachtig jaar valt het doek voor meelfabriek Waddenmolen in Uithuizermeeden: op vrijdag 1 mei stopt de productie en gaan alle machines stil. De fabriek, ooit begonnen als molen en sinds 1948 in bedrijf, wordt door de Belgische eigenaar Dossche Mills gesloten en de productie verplaatst naar de vestiging in Rotterdam. Als gevolg daarvan verliezen de veertien medewerkers hun baan.
Voor veel werknemers is het meer dan een werkplek. Arend van den Berg (64), hoofd productie en medewerker sinds zijn achttiende, spreekt met weemoed over het einde van een levensfase; ook technicus Gerrie Boer (60) en laborante Greta de Vries (58) zien een vertrouwde dagelijkse routine verdwijnen. De verhalen in de fabriek weerspiegelen decennia aan bedrijfscultuur: van de Moorlach-periode waarin directeurs nog zelf op de werkvloer stonden, tot anekdotes over gratificaties en collegiale inzet bij storingen. Voor omwonenden zoals de 92‑jarige Jan Klein is de fabriek een monument in het dorpsbeeld en in familiekronieken die teruggaan tot de oorspronkelijke molen uit 1819.
Economische realiteit ligt aan de basis van de sluiting. Dossche Mills noemt onrendabele bedrijfsvoering als reden; concurrentie uit Duitsland, waar tarwe vaak goedkoper is en een hoger eiwitgehalte biedt, maakt het lastiger voor kleinere maalbedrijven om afnemers aan zich te binden. Ook transportkosten en een veranderende vraag — onder meer naar eiwitrijk brood — spelen mee. Waddenmolen verwerkte circa 80.000 ton tarwe per jaar; ter vergelijking verwerkt Dossche Mills meer dan 1 miljoen ton per jaar in al zijn vestigingen en profiteert zo van schaalvoordelen. Volgens landbouwonderzoeker Mark Manshanden van Wageningen UR zijn kleinere molens structureel in het nadeel omdat vaste kosten over minder productie moeten worden verdeeld, wat consolidatie aanjaagt.
De fabriek heeft een bewogen eigendomsgeschiedenis: na jaren onder Engelse en Duitse eigenaars keerde Wim Moorlach het tij rond 2014 door de faciliteit terug te kopen, maar drie jaar geleden ging de Waddenmolen opnieuw in andere handen, ditmaal naar Dossche Mills. Op het hoogtepunt werkten er vijftig mensen; de afgelopen jaren is dat aantal geslonken naar veertien.
De gemeente Het Hogeland denkt na over de toekomst van het fabrieksterrein en betrekt de locatie bij een dorpsplan, met opties variërend van bedrijfsvestiging tot wonen met zorg. Wethouder Eltjo Dijkhuis wil nog geen definitieve uitspraken doen. Voor het dorp betekent de sluiting een stil leggen van een industrieel geluid dat generaties lang bijdraagt aan identiteit en werkgelegenheid; werknemers en bewoners nemen afscheid van een gebouw vol machines, leidingen en herinneringen. De vraag wat er met het terrein gebeurt — behoud, herbestemming of nieuwbouw — speelt nu centraal in lokale overwegingen.