De laatste maand van iemands leven is een kostbare
In dit artikel:
De laatste levensmaand van veel Nederlanders is financieel en zorginhoudelijk intensief: het aantal ziekenhuisopnames verdubbelt en ook huisartsencontacten en ambulanceritten nemen sterk toe. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) berekende dat de gemiddelde zorgkosten in het laatste levensjaar van mensen met een ongeneeslijke aandoening in 2023 op ongeveer €56.600 uitkwamen. Twee derde van de sterfgevallen is niet onverwacht en betreft ziektes als kanker, dementie, COPD of Parkinson.
Kosten verschillen sterk naar leeftijd. Jongere ongeneeslijk zieken (18–40 jaar) hebben met gemiddeld €82.100 de hoogste kosten; zij proberen vaak álle medische mogelijkheden om tijd te winnen, hoewel deze groep klein is (minder dan 0,5% van de palliatieve patiënten). Ook 90-plussers laten hoge uitgaven zien (ongeveer €68.900), vooral omdat veel van hen aanspraak maken op de Wet langdurige zorg (WLZ) voor 24-uurszorg. NZA benadrukt dat mantelzorg onmisbaar is en beter moet worden ondersteund: iemand zonder WLZ kost rond de €35.000, met WLZ loopt dat op tot zo’n €90.000.
Een belangrijke kosten- en kwaliteitsknelpunten is dat de zorg in de laatste weken vaak niet aansluit bij wat patiënten willen. Hoewel bijna iedereen liever thuis sterft, ligt circa 20% van de ongeneeslijk zieke mensen op de laatste dag in het ziekenhuis. Dat heeft deels te maken met het ontbreken van tijdige gesprekken over wensen rond het sterven: acute situaties, paniek of het onverwachte uitstel van keuzes leiden tot ziekenhuisverwijzingen. Volgens Mariëlle Emmelot-Vonk (hoogleraar klinische geriatrie) zijn zulke gesprekken niet alleen kostenefficiënt maar zorgen ze er vooral voor dat zorg beter past bij wat patiënten belangrijk vinden; veel huisartsen en specialisten vinden dat soort gesprekken echter lastig en zijn daar vaak onvoldoende in getraind.
De NZA pleit voor vroegtijdige bespreking van wensen en voor betere samenwerking en bekostiging zodat thuisondersteuning haalbaar wordt. Praktische barrières blijven: personeelstekorten in de palliatieve thuiszorg en verzekeraars die zorg alleen vergoeden als die ‘doelmatig’ is, maken thuis sterven soms onmogelijk en veroorzaken bureaucratische drempels. Verpleegkundigen signaleren dat dit in de praktijk veel problemen geeft.
Zorgverleners als longarts Sander de Hosson benadrukken dat het accent bij terminale zorg vaak beter op kwaliteit van leven kan liggen in plaats van op het maximaal doorbehandelen. Vroegtijdige, goed gevoerde gesprekken — ook wel advance care planning genoemd — verminderen onnodige ziekenhuisinterventies, ondersteunen naasten en vergroten de kans dat de laatste fase verloopt zoals de patiënt wenst.