De kunstcollectie van Jeffrey Epstein: van de jurk van Bill Clinton tot Bijbelse kindermoord:

dinsdag, 17 februari 2026 (18:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Het lugubere tafereel De kindermoord in Bethlehem van Cornelis van Haarlem (1591) — een schilderij dat naakte Romeinse soldaten toont die kinderen doden — hing als reproductie in het huis van Jeffrey Epstein in New Mexico, blijkt uit recent vrijgegeven documenten van het Amerikaanse ministerie van Justitie. In een e-mail uit 2011 laat een assistent het doek per FedEx versturen; de keuze voor dit gezag-dwingende Bijbelse beeld past in een patroon: Epstein verzamelde kunst die schokte en gesprekken opende.

Epstein (veroordeeld zedendelinquent, dood in 2019) toonde in meerdere huizen kunst die expliciet of ironisch van toon was, zoals een portret van Bill Clinton in een blauwe jurk dat in New York te zien was. Documenten, e-mails en getuigenissen zetten zijn belangstelling voor oude meesters en grote namen in de kunstwereld uiteen. Zo werden hem offertes gemeld voor werken die aan Rubens en Caravaggio waren toegeschreven voor tientallen miljoenen dollars, en hij correspondeerde met galeries, kunstenaars en verzamelaars over aankopen en ruiltransacties.

Kunst functioneerde voor Epstein niet louter als esthetisch bezit maar ook als sociaal kapitaal: via exposities, donaties en persoonlijke uitnodigingen kreeg hij toegang tot museumdirecteuren, curatoren en miljardairs. Dat netwerk heeft inmiddels reputatieschade en politieke gevolgen opgeleverd. De Franse oud-cultuurminister Jack Lang trad terug bij L’Institut du Monde Arabe nadat zijn naam vaak in de “Epstein Files” opdook. In New York moest David A. Ross opstappen bij de School of Visual Arts vanwege onthullingen over zijn correspondentie met Epstein.

Enkele van Epsteins meest opvallende kunstrelaties betreffen Leon Black en Leslie Wexner. Black, oud-voorzitter van het MoMA, betaalde Epstein miljoenen voor belastingadvies; vrijgegeven transacties tonen complexe ruilen — onder meer een Giacometti-sculptuur en een Cézanne-aquarel — die fiscale voordelen zouden hebben opgeleverd. Martin Bailey merkte op dat Black een grote Van Gogh-verzamelaar is, deels verworven buiten de veilingwereld. Wexner, vooraanstaand zakenman en mecenas, wordt in onderzoeken genoemd als iemand die wezenlijk bijdroeg aan Epsteins financiële opkomst; de precieze tegenprestaties blijven onopgelost.

Andere contacten in de documenten zijn fotograaf Andres Serrano (die kunst ruilde met Epstein) en kunstenaar Jeff Koons, wiens naam herhaaldelijk terugkeert in verzoeken om afspraken. Epstein doneerde ook aan instellingen zoals de New York Academy of Art, maar mengde zich soms kritisch — zo protesteerde hij tegen uitbreidingsplannen van The Frick Collection.

De vrijgegeven dossiers schetsen een beeld van een man die kunst gebruikte om te provoceren, te netwerken en financiële voordelen te behalen. Veel vragen over motieven, betalingen en de volledige omvang van zijn kunstconnecties zijn inmiddels duidelijker, maar blijven onvolledig zolang niet alle documenten en transacties openbaar zijn.