De klimaatbeweging heeft directeur Donald Pols helemaal niet nodig
In dit artikel:
Donald Pols, jarenlang het meest herkenbare gezicht van Milieudefensie na de rechtszaak tegen Shell (2021), staat ineens in het middelpunt van een debat over leiderschap en integriteit. De auteur beschrijft hoe die gerechtelijke overwinning hem inspireerde om zich bij Milieudefensie aan te sluiten, met een hartelijke welkomstmail van Pols waarin hij pleit voor gezamenlijke verandering. Recentelijk kwam echter aan het licht dat Pols in het verleden pro-apartheid-standpunten heeft gehad. Kort nadat hij bij Tata Steel aan de slag ging, zou dat verleden zijn verzwegen worden — wat ertoe leidde dat Tata hem direct ontsloeg. De omstandigheden rond die onthulling roepen vragen op: had Tata andere motieven, en waarom duikt deze informatie juist nu op? Ook bestaat de zorg dat zo’n verborgen verleden iemand kwetsbaar maakt voor chantage.
Voor Milieudefensie en de bredere klimaatbeweging is dit geen kleinigheid. Een organisatie die morele waarden predikt, moet volgens de auteur kunnen uitleggen waarom iemand met zo’n verleden een leidinggevende rol bekleedt, zeker als openheid en verantwoording ontbreken. De affaire toont een spanningsveld: de aantrekkingskracht van charismatische leiders kan organisaties kwetsbaar maken en het vertrouwen van de achterban schaden.
Als alternatief pleit de schrijver voor een ander organisatiemodel, geïnspireerd door Dean Spade’s Mutual Aid: platte, door vrijwilligers gedragen netwerken, zelfbeschikking over middelen, weigering van voorwaardelijke financiering, en besluitvorming via consent met nadruk op mensen die het meest geraakt worden. Dit model ziet klimaatproblemen als verweven met kapitalisme, racisme en andere ongelijkheden. Het staat haaks op het liefdadigheidsmodel waarin professionele hiërarchie, afhankelijkheid van donateurs of overheid en single-issuebeleid ongelijkheden kunnen reproduceren en bewegingen insluiten.
De kernboodschap: voor echte systeemverandering moet de klimaatbeweging minder leunen op bekende koppen of juridische kunststukjes en meer inzetten op decentralisatie, gedeeld leiderschap en solidarische praktijk. Concrete aanbevelingen zijn onder meer gelijk loon binnen organisaties, veilige werkculturen en structurele radicale kritiek op macht. De auteur sluit met een inclusieve oproep: wie wil meedoen — zowel invloedrijke actoren als bezorgde burgers — moet kiezen voor solidariteit en zelforganisatie. En een zachte uitnodiging aan Pols: iedereen is welkom terug in een solidaire beweging die fouten durft toe te geven en van elkaar leert.