De kinderbijslag gaat op de schop en daarvoor komt een nieuwe kindregeling in de plaats
In dit artikel:
De kabinetplannen richten zich op het samenvoegen van de twee bestaande kindregelingen—kinderbijslag en het kindgebonden budget—tot één nieuw stelsel met als leidraad eenvoud: één regeling, één uitvoerder in plaats van twee verschillende instanties (SVB voor kinderbijslag, Dienst Toeslagen voor het kindgebonden budget).
Verschillen nu: kinderbijslag is een vast bedrag per kind dat ieder kwartaal achteraf door de SVB wordt uitbetaald, ongeacht inkomen. Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk, wordt maandelijks als voorschot uitgekeerd door de Dienst Toeslagen en kan achteraf worden gecorrigeerd. Dat laatste leidt regelmatig tot terugvorderingen: in 2024 werd bij 215.500 gezinnen in totaal 176 miljoen euro teruggevorderd; in bijna 50.000 gevallen ging het om bedragen tussen €1.000 en €5.000. Dergelijke terugvorderingen veroorzaken onzekerheid en soms stress, en zijn voor sommige ouders reden om geen toeslag aan te vragen.
Praktische voorbeelden uit lezersreacties tonen hoe huishoudens de huidige betalingen gebruiken: een alleenstaande moeder verdeelt de middelen over huur, schoenen en andere vaste lasten; een groot gezin voegt de bijdragen bij het huishoudbudget en spaart zuinig; andere ouders zetten kinderbijslag apart op spaarrekeningen voor toekomstige uitgaven van hun kinderen.
Waarom veranderen? Naast het terugvorderingsprobleem speelt de zogenaamde marginale druk: extra inkomen levert netto weinig op omdat toeslagen en het kindgebonden budget afnemen bij hogere verdiensten. De coalitie (D66, VVD, CDA) wil die prikkelverstorende werking verminderen en tegelijkertijd het aantal terugvorderingen laten dalen.
Wat houdt de nieuwe regeling in? Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afgesproken dat het nieuwe stelsel bestaat uit een hoger vast basisbedrag plus een kleiner inkomensafhankelijk component. Daardoor zullen terugvorderingen en marginale druk naar verwachting afnemen, maar de precieze omvang hangt nog af van beleidskeuzes (zoals waar de inkomensgrenzen worden gelegd). Het Centraal Planbureau (CPB) berekende dat niemand er op papier op achteruitgaat; veel gezinnen die nu beide regelingen ontvangen, gaan er ongeveer twee tot vier tientjes per maand op vooruit. Een opvallende uitkomst is dat hogere inkomens—gezinnen die nu geen kindgebonden budget ontvangen—meer zullen profiteren, omdat het vaste deel zwaarder weegt. Als voorbeeld geldt: een tweeverdienersgezin met twee kinderen (12 en 8) zou bij een gezamenlijk inkomen boven circa €116.000 per jaar ongeveer €50 per maand extra krijgen.
Politieke en financiële overwegingen verklaren waarom het kabinet geen volledig vast bedrag uitkeert: dat zou rijke en arme gezinnen evenveel geven en de kosten voor de schatkist zouden in de miljarden lopen als men armere gezinnen hetzelfde extra wil compenseren.
Tijdpad en vervolg: er is volgend jaar al €300 miljoen extra vrijgemaakt voor de nieuwe regeling; naar verwachting stijgen kinderbijslag en het kindgebonden budget op Prinsjesdag omdat het nieuwe stelsel nog niet direct ingaat. Implementatie duurt naar schatting vier jaar: twee jaar voor wetsvoorbereiding en debat, gevolgd door twee jaar waarin de SVB onder meer ICT-migratie moet regelen. Veel details (zoals inkomensgrenzen en de precieze verdeling tussen vaste en variabele component) worden de komende maanden uitgewerkt en bepalen uiteindelijk wie het meest profiteert.