De journalistiek in via een talententraject: 'Tien keer op je bek gaan en de elfde keer lukt het wel'
In dit artikel:
Steeds meer mediabedrijven creëren eigen, versnelde opleidingspaden om jonge journalisten praktisch klaar te stomen. Waar vroeger vaak jarenlang studeren en stagelopen de norm was, bieden interne programma’s een directe route naar redacties en producties. BNN (vroeg met BNN University/BNNVARA Academy), de KRO‑NCRV Radioschool en het Open Eyes Institute voor onderzoeksjournalistiek zijn voorbeelden van zulke trajecten; laatstgenoemde leidt jaarlijks ongeveer twintig talenten op.
Drie jonge journalisten vertellen hoe dat voor hen uitpakte. Nova van den Berg (22) uit Utrecht begon met korte snuffelstages en kwam via de BNNVARA Academy terecht bij tv-programma’s als First Dates. Sinds 2025 werkt ze als verslaggever bij RTV Utrecht. Ze noemt de verantwoordelijkheid op de redactie cruciaal voor haar ontwikkeling: deadlines en teamverantwoordelijkheid dwongen haar om professioneel te werken. Ook levert haar achtergrond soms een andere blik op taal en doelgroepen op — ze waarschuwt collega’s regelmatig wanneer verslaggeving te ingewikkeld wordt voor het beoogde publiek.
Bas Opgenoorth (20) uit Elsloo koos bewust voor radio en volgde de Radioschool van KRO‑NCRV. Na meerdere pogingen werd hij toegelaten en ontwikkelde hij technische en presentatievaardigheden, én leerde hij live radio te maken door naast ervaren makers te staan. Hij werkte aan shows als Theater van het Sentiment en Magical Mystery Tour en voert nu freelance regie-, presentatie- en redactiewerk uit. Bas noemt de confrontatie met studerende collega’s aanvankelijk lastig — hij ervoer een onzichtbare prestatiedruk — maar ontdekte dat zijn creatieve insteek juist een meerwaarde is.
Jens Berkhout (21) uit Zuid‑Holland volgde de onderzoeksopleiding van het Open Eyes Institute en richtte zich daarna op dierentuinen met zijn nieuwssite Zooflits.nl. De opleiding gaf hem concrete methodes — van het opzetten van tijdlijnen tot het indienen van Woo‑verzoeken — en leerde hem zuiniger te zijn met het vroeg ophalen van reacties, zodat onderzoeken sterker staan. Zooflits publiceert dagelijks enkele artikelen en trekt enkele honderdduizenden bezoekers per week; advertentie-inkomsten maken het mogelijk om ook dieper gravende stukken te financieren. Jens ervaart dat kritisch volgen van dierentuinen vaak nieuw terrein is voor parken en leidt soms tot frictie met woordvoerders.
Gezamenlijk illustreren deze verhalen de voor- en nadelen van het ‘olifantenpaadje’ naar de journalistiek: snelle toegang tot praktijk, intensieve begeleiding en verantwoordelijkheid versus onzekerheid over je positie tussen traditionele studieroutes en het moeten bewijzen van je kunnen. Voor veel deelnemers blijkt zo’n traject echter een effectieve manier om sneller vakmanschap, netwerk en werk te verwerven — ook in disciplines die vroeger alleen aan ervaren journalisten werden toevertrouwd.