De journalist die te dicht bij Bolle Jos kwam: 'Als ik niet terugkom, weet dat ik van je hou'
In dit artikel:
Afrika-correspondent Sophie van Leeuwen reisde naar Freetown, Sierra Leone, om onderzoek te doen naar de Nederlander Jos Leijdekkers — bijgenaamd “Bolle Jos” en in sommige kringen bekend als Umar Sheriff — die volgens beelden en lokale geruchten een rol zou spelen in internationale drugshandel en nauwe contacten zou hebben met invloedrijke figuren in het land. Wat begon als een journalistieke missie mondde uit in urenlange aanhoudingen, verhoren op het hoofdkwartier van de Criminal Investigation Department (CID), inbeslagname en het wissen van videomateriaal, en een gevoel van dreiging dat haar uiteindelijk tot vertrek dwong.
Bij aankomst bezocht Van Leeuwen hotspots van Freetown: Grand Leone-casino, de Scarlet Lounge en luxe resorts op het schiereiland ten zuiden van de stad. Een lokale chauffeur vertelde haar dat Leijdekkers vaak in de stad gezien wordt, dat hij massages en diners deelde met hooggeplaatste personen en dat hij bloemen en cadeaus liet bezorgen bij Agnes Bio, dochter van president Bio — een claim die lastig volledig te verifiëren bleek, maar die de indruk wekte dat Leijdekkers geen buitenstaander is. In online circulerende video’s meldt Follow The Money dat op oudejaarsnacht 2023 in de Scarlet Lounge een schietpartij plaatsvond waarbij een man die zich voordeed als Umar Sheriff, een Libanees en het hoofd van de Immigratiedienst betrokken waren; die laatste raakte later zijn baan kwijt.
Van Leeuwen volgde de zaak verder bij een persconferentie waar minister van Informatie Chernor Bah publiekelijk aangaf dat Sierra Leone geen officiële uitleveringsaanvraag van Nederland had ontvangen en dat er geen “klopjacht” gaande was, maar wél onderzoek naar de identiteit van een persoon die lokaal Umar Sheriff heet. Sophie probeerde ter plekke vragen te stellen over een mogelijke bescherming van Leijdekkers, maar het antwoord hield vooral procedures en onderzoeken aan.
Samen met de hoofdredacteur van de lokale Public Review, Joseph, reed ze ’s nachts naar stranden als Lakka en Tokeh — plaatsen die volgens bewoners en journalisten een publiek geheim vormen voor de aanlandingen van drugs via speedboten. Terwijl ze ter plaatse observaties en opnames wilde maken, werden zij en haar collega tijdens een wegcontrole door de politie aan de kant gezet. Wat begon als een routinecontrole escaleerde; Van Leeuwen en Joseph werden begeleid naar een politiebureau en vervolgens overgebracht naar het CID. Van Leeuwen vroeg of zij in arrestatie was, maar kreeg aanvankelijk geen duidelijk antwoord; er werd een huiszoekingsbevel gebruikt en haar verblijfplaats en gastvrouw, Anna, werden grondig ondervraagd.
In het CID werd Van Leeuwen urenlang verhoord door Allieu Jalloh, hoofd van het CID, en andere agenten. Ze moest gedetailleerd uitleggen hoe ze in Sierra Leone was gekomen, wie haar had geaccrediteerd, welke lokale contacten ze had en welke apparatuur ze gebruikte. Haar telefoon, camera en laptop werden in beslag genomen; volgens haar advocaat werden later de beelden van haar opnames gewist. Ze kreeg te maken met een toegewezen advocaat, Charles, die verwantschappen bleek te hebben met CID-figuren, en merkte dat collegae en lokale contacten op hun hoede moesten blijven: Joseph dook onder uit angst vervolgd te worden.
Na vijftien uur verhoor en een officieuze beschuldiging van spionage maakte de situatie een verschuiving: de strafrechtelijke verdenking van spionage werd volgens minister Bah laten vallen en Van Leeuwen mocht vertrekken, maar met voorwaarden. Haar spullen werden teruggegeven, maar de opnames bleven in handen van de staat «in het belang van staatsveiligheid», en ze ontdekte dat veel van haar filmmateriaal en interviews waren gewist. De ervaring liet haar geschokt en bang achter; ze ervoer achtervolging door een netwerk dat mogelijk banden heeft met de machthebbers en met criminele netwerken die de kustgebieden gebruiken.
De zaak veroorzaakte ook praktische problemen bij haar vertrek: eerst werd zij tegengehouden op de ferry en later bij het vliegveld, waar administratieve belemmeringen en controles haar vertrek bemoeilijkten. Uiteindelijk kon ze met hulp van de Nederlandse ambassade in Accra een spoedvisum regelen en het land uitreizen via een omweg, waarbij zij achterbleef met zorgen over de veiligheid van lokale bronnen — zoals Joseph en Anna — en over de vernietigde beelden die getuigen hadden kunnen leveren over drugsproblematiek en verslaving in Freetown.
De reportage schetst niet alleen het persoonlijke relaas van een journaliste die in aanraking komt met staatsmacht en mogelijk criminelen, maar plaatst die ervaring in een bredere context: Sierra Leone kampt met beschuldigingen dat politieke topfiguren en familieleden van de president profiteren van corruptie en drugshandel, waarbij stranden en havens fungeren als toegangspoorten voor internationale cocaïnesmokkel. Van Leeuwens onderzoek en haar behandeling door autoriteiten illustreren de kwetsbaarheid van persvrijheid in dat krachtenveld en tonen hoe onderzoeksjournalistiek in zulke omgevingen gepaard kan gaan met risico’s voor bronbescherming, fysieke veiligheid en het behoud van onderzoeksmateriaal.
Het relaas eindigt met een emotionele terugkeer: Van Leeuwen vertrekt, maar blijft bezorgd om de lokale medestanders en verontwaardigd over het verlies van materiaal dat verhalen over verslaving en corruptie had kunnen blootleggen. Haar slotzin vat de angst samen: ze voelt Leijdekkers — of de netwerken om hem heen — als een onmiddellijke dreiging: “Ik voel Jos in mijn nek hijgen. Voor het eerst ben ik doodsbang. Hij zal me niet laten gaan.”