De Joodse gemeenschap in Amsterdam 'Israëliseert' en dat verloopt niet geruisloos

zaterdag, 14 maart 2026 (17:48) - Het Parool

In dit artikel:

Het aantal Israëliërs in Amsterdam en omgeving groeit duidelijk, waardoor de langdurige krimp van de Joodse gemeenschap in Nederland vooralsnog tot stilstand is gekomen. Vooral sinds de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023 is de toestroom toegenomen; dat noemt het Institute for Jewish Policy Research (JPR) in een recent rapport een proces van ‘Israelisering’ van de Nederlandse Joden, waarbij nu al ruim een derde directe banden met Israël heeft en Israëliërs binnen enkele jaren mogelijk de meerderheid vormen.

Veel van de nieuwkomers zijn hoogopgeleide, voornamelijk seculiere techwerkers die zich vaak politiek links of kritisch tegenover Netanyahu en Likoed positioneren. De belangrijkste drijfveer om te vertrekken uit Israël is veiligheid: de angst voor terreur, luchtalarm en oorlogshandelingen; daarnaast spelen economische redenen, onvrede met binnenlandse politiek en de wens naar een betere werk-privébalans een rol. Tegelijk speelt de perceptie van Europa als onveilig voor Joden in Israël mee, al ervaren sommigen het leven in Nederland op veel terreinen als beter.

De maatschappelijke impact in Nederland is zichtbaar, onder meer op scholen: de Joodse basisschool Rosj Pina in Amsterdam groeide van 232 leerlingen (2017) naar ruim 330, en middelbare school Maimonides steeg van 140 (2021) naar meer dan 200 leerlingen. Die groei leidt tot wrijving: sommige Nederlandse ouders klagen over taalverschillen en een andere groepscultuur, terwijl Israëliërs Nederlandse Joden soms als afstandelijk en te voorzichtig ervaren. De sociale scheidslijnen uiten zich ook in gedrag: veel Israëliërs zoeken elkaar op, spreken Hebreeuws en vormen eigen netwerken en bijeenkomsten, soms uit vrees voor vijandigheid van buitenaf.

Die onveiligheidsgevoelens drukken zich ook uit in terughoudendheid: bijeenkomsten zoals een Poerim-feestje in Haarlem werden bewust klein en besloten gehouden, uitnodigingen ingetrokken en organisatienamen liever niet openbaar gemaakt. Verschillende groepen richten eigen structuren op; zo ontstond Hakol als een Israëlisch-Nederlandse belangenvereniging, maar die ondervindt praktische problemen bij inschrijving en huisvesting omdat verhuurders terugdeinzen uit vrees voor aanvallen. Op werkvloer en in sociale media ontstaan besloten appgroepen en praatgroepen waar landgenoten psychologische steun en ervaringsuitwisseling zoeken — vooral na 7 oktober veranderden veel netwerken van professioneel naar emotioneel steunend karakter.

Antisemitisme en het publieke debat over Israël vergroten de noodzaak van zulke gesloten netwerken. Veel Israëliërs verbergen hun achtergrond op het werk of in sollicitaties uit vrees voor negatieve reacties; sommigen vermijden zichtbare Joodse symbolen of kiezen reguliere scholen voor hun kinderen om veiligheids- en taalproblemen te omzeilen. Tegelijkertijd geven enkelen aan dat pro-Palestijnse demonstraties onder demonstratierecht vallen en dat open discussie mogelijk blijft, maar velen voelen zich onbegrepen door hun Nederlandse vrienden en omgeving.

Er is niet alleen polarisatie: er zijn ook pogingen tot verbinding. Activisten en nieuwkomers zoals Inbar Hasson proberen de verschillen te overbruggen en zien de oorlog en de daaropvolgende demonisering van Israël als aanleiding om de gemeenschappelijke belangen van Nederlandse en Israëlische Joden te benadrukken. Het Parool sprak met elf geëmigreerde Israëliërs; de meesten wilden om veiligheidsredenen anoniem blijven.