De jacht op cijfers: Hoe staat het vliegend hert er echt voor?

maandag, 18 mei 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Vrijwillige tellers trekken sinds 2018 elk zomerseizoen rond zonsondergang de natuur in — veelal op de Veluwe maar ook op andere plekken in Nederland — om het vliegend hert (Lucanus cervus) te inventariseren. Deze transecttellingën, uitgevoerd binnen het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), vormen de basis voor trendanalyses van de soort. Het CBS heeft de gegevens tot en met 2024 geanalyseerd en ziet een dalende lijn, die landelijk zelfs iets sterker lijkt dan op de Veluwe. Belangrijk is echter dat die daling op dit moment ‘onzeker’ genoemd wordt: zes jaar data zijn nog te kort om definitieve conclusies te trekken.

Tegelijk laat 2025 zien hoe grillig de soort kan zijn — dat jaar leverde ongekend veel waarnemingen op en onderstreept de natuurlijke schommelingen van vliegen­de herten. De oorzaak ligt voor een groot deel in de levenscyclus: larven doen minstens vier jaar over hun ontwikkeling, waardoor aantallen van nature sterk op en neer gaan. Ook habitatvoorkeuren spelen een rol; de kevers zijn gebonden aan ‘bloedende’ eiken en verhuizen zodra bomen herstellen of omvallen, soms net buiten vaste telroutes. Daarnaast kan een begininventarisatie die focust op absolute hotspots een vals beeld geven van een achteruitgang zodra die hotspots normaliseren.

Om de kwaliteit van de tellingen te verbeteren is recent een cursus over vliegend-hertmonitoring toegevoegd aan de EIS-Academie. Die behandelt het protocol, ecologie, levenscyclus en herkenning en is aangevuld met een nieuwe zoekkaart om deze grote kever te onderscheiden van andere soorten.

De kernboodschap: langdurige, consistente monitoring door vrijwilligers is cruciaal. Meer teljaren en meer meetpunten zijn nodig om met zekerheid trends vast te stellen. Daarom is het advies simpel maar essentieel: houd vol, volg het protocol en registreer ook nulwaarnemingen — elk datapunt draagt bij aan een betrouwbaar beeld van de Nederlandse populatie. Tekst van EIS en CBS (John Smit, Marnix de Zeeuw).