De Israëlische en Amerikaanse oorlogshonger toont de waardeloosheid van dit tijdsgewricht

zondag, 12 april 2026 (18:08) - Joop

In dit artikel:

We zitten volgens de schrijver middenin een nieuwe, verontrustende “poppenkastvoorstelling”: recentelijk laaiden oorlogsdreigingen op nadat Israël en de Verenigde Staten een aanval op Iran voorbereidden zonder brede internationale afstemming. Iran reageerde met aanvallen op Amerikaanse doelen in buurlanden en met het dreigen de Straat van Hormuz te sluiten, wat de oliemarkten en de wereldeconomie in beroering bracht. President Trump klaagt dat hij onvoldoende steun krijgt; premier Rutte stelt dat bondgenoten wel zullen bijspringen en Nederland overweegt marineschepen te sturen om de scheepvaart te beschermen. De Commandant der Strijdkrachten zegt dat Nederland alleen hoéft in te grijpen bij direct eigen aanvalsschade, maar de auteur vreest dat zelfs een defensieve Nederlandse betrokkenheid ongemerkt in een illegale escalatie kan uitmonden.

Vorige week sprak de auteur met David van Reybrouck, die betoogde dat een generatie zeventigplussers — onder wie Trump, Poetin, Netanyahu en Xi — instituties zoals NAVO, VN en hulporganisaties uithollen. Waar vroegere leiders zich bezighielden met “eeuwige vrede”, zou hedendaagse politiek meer gericht zijn op persoonlijke macht en permanente herverkiezing, met toenemende focus op defensiebestedingen. De auteur sluit daarop aan: er wordt gesneden in zorg en uitkeringen terwijl miljarden naar het leger gaan; de oorlogsindustrie krijgt een prominente rol.

De tekst breidt de kritiek uit naar binnenlandse en culturele ontwikkelingen. Trump wordt scherp veroordeeld vanwege vermeende misstanden, vrouwonvriendelijke en racistische uitspraken en internationale afspraken met autoritaire leiders; desalniettemin tonen het koningshuis en Nederlandse politici zich bereid tot plezierreizen en protocollair gehoorzaam saamhorigheidsgedrag met twijfelachtige partners. De auteur trekt een historische vergelijking met het appeasement vóór de Tweede Wereldoorlog en betreurt dat openlijke afkeuring vaak taboe lijkt.

Persoonlijke achtergrond speelt een rol in de verontwaardiging: opgegroeid in een gezin waar de oorlog centraal stond, is de auteur gevoelig voor signalen dat mensen tegenwoordig weinig moeite hebben met “foute” familiegeschiedenissen of hedendaags rechts-populistisch gedachtegoed. Recent vrijgegeven archieven — van deserteurs en de NSDAP-administratie — maakten duidelijk dat veel mensen ongevoelig lijken voor schuld of historische schaamte. Dit gaat gepaard met een groeiende acceptatie van xenofobe, autoritaire en nostalgische culturele uitingen (NSB-symboliek, VOC-verheerlijking).

Tot slot verbindt de schrijver deze politieke en culturele tendensen met economische trends: decennia van neoliberale politiek hebben publieke diensten uitgehold, marktmacht vergroot en het gewone leven voor veel mensen kwetsbaarder gemaakt. Ondanks de sombere observatie eindigt de tekst met een oproep: juist nu is het belangrijk moed te tonen en vast te houden aan waarden die “van waarde” zijn, verwijzend naar Luceberts uitspraak dat alles van waarde weerloos is.