De Iran-oorlog onderstreept dat Trumps wereld draait om recht van de sterkste

maandag, 2 maart 2026 (19:12) - NU.nl

In dit artikel:

De Verenigde Staten en Israël zien Iran volgens de artikeltekst als een directe bedreiging voor hun veiligheid en presenteren militaire actie als rechtmatige zelfverdediging. In tegenstelling tot de Amerikaanse aanpak in 2003 tegen Irak — waarin Colin Powell met uiteenlopend “bewijs” de VN trachtte te overtuigen — stapten Trump en Netanyahu deze keer unilateralistisch op Teheran af: weinig transparantie, geen poging tot brede internationale goedkeuring en geen uitgewerkt juridisch dossier dat de inzet van geweld onderbouwt.

In de dagen voorafgaand aan de eerste golf aanvallen werden door Trump en zijn regering losse beweringen naar buiten gebracht: alarmistische inschattingen over Iraanse mogelijkheden om snel een kernwapen te hebben, verwijzingen naar raketten die Amerikaanse grond zouden kunnen bereiken en naar Iraanse steun aan terreurgroepen, aangevuld met historische verwijzingen (zoals de gijzeling van Amerikaans personeel in 1979). Concrete feiten of publiek toegankelijke bewijzen ontbraken grotendeels. Ook maakte Trump van regimechange steeds als een optie bespreekbaar en spoorde hij Iraniërs aan zelf in actie te komen zodra de bombardementen ophielden.

De president wendde zich niet tot het Congres voor autorisatie, hoewel de Amerikaanse grondwet het parlement formeel een rol toekent bij oorlogsbesluiten; de regering beroept zich op uitvoerende bevoegdheid en op het argument van zelfverdediging, zonder die claim uitvoerig te onderbouwen. Binnenlands heeft Trump relatief weinig tegenstand te vrezen dankzij de Republikeinse meerderheid in het Congres.

Europese bondgenoten werden schoorvoetend geïnformeerd en reageerden vooral terughoudend: oproepen tot de-escalatie en diplomatie kwamen het vaakst voor, zonder dat veel regeringen expliciet de juridische grondslag van de Amerikaanse en Israëlische acties bekritiseerden. Frankrijk, Duitsland en het VK melden op verschillende momenten te zijn geïnformeerd; Spanje was opvallend kritisch en bestempelde de operatie als een schending van het internationaal recht. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken ontweek een juridisch eindoordeel en verwees naar de wreedheden van het Iraanse regime als context voor een realistische beoordeling.

De gang van zaken illustreert volgens de auteur een breder geopolitiek patroon sinds Trumps tweede ambtstermijn: machtspolitiek zonder veel normatieve belemmering. Dat roept fundamentele vragen op over precedentwerking — welke grenzen blijven bestaan als grootmachten kiezen voor acties “waarmee ze wegkomen”? De auteur waarschuwt dat zo’n richting niet alleen gevaarlijk is voor regimes als Iran of Cuba, maar ook voor de stabiliteit en rechtsorde waar Europese landen zelf belang bij hebben.