De indoctrinatie tegen migranten, van Nederland tot Tunesië
In dit artikel:
Ik ben in Tunesië geboren, woon nu in Nederland, en zie aan beide kanten van de Middellandse Zee hetzelfde patroon: selectieve verontwaardiging die menselijk lijden ontmenselijkt. De aanleiding is het geweld en de vernedering van Sub-Saharaanse migranten in steden als Sfax, waar zij door inwoners worden opgejaagd, mishandeld en soms in de woestijn achtergelaten. Lokale reacties – frustratie over diefstal en onveiligheid – zijn begrijpelijk, maar rechtvaardigen geen collectieve ontmenselijking.
De schrijver confronteert een imam uit Sfax die emotioneel verwijst naar Bilal ibn Rabah, de zwarte slaaf uit de vroegislamitische geschiedenis die symbool staat voor onverzettelijkheid en gelijkheid. Diezelfde imam zweeg echter over de moderne “Bilals” in zijn stad. Die tegenstelling symboliseert de hypocrisie: historische helden worden geprezen, terwijl levende slachtoffers genegeerd of gestigmatiseerd worden.
De problematiek is niet alleen Tunesisch. Europese migratiepolitiek heeft Tunesië in praktijk tot buffer gemaakt, een wachtkamer waar oversteken wordt tegengehouden maar mensen vast komen te zitten in een juridisch niemandsland. Daardoor blijven zij kwetsbaar en rechteloos, en de rekening wordt betaald door degenen die al gebukt gaan onder de erfenis van kolonialisme: armeren uit Afrika. In Nederland ziet de auteur vergelijkbare reflexen: online pleidooien voor vluchtelingenrechten die ophouden zodra opvang in de eigen buurt dreigt; steun voor harde maatregelen en deals met regimes die de zogenoemde ‘Europese waarden’ ondermijnen. Incidenten zoals geweld tegen asielopvanglocaties in Loosdrecht worden genoemd als voorbeelden van intimidatie en soms terreur, niet van legitiem protest.
Persoonlijk raakt het de auteur diep. Hij werkte bij het COA uit overtuiging dat opvang een morele plicht is, maar trad terug toen het beleid onder minister Rita Verdonk volgens hem die menselijkheid aantastte. Zijn kritiek op het huidige racistische gedrag in Sfax deelde hij op Facebook: een pleidooi voor menselijkheid en tegen racisme. De post bereikte tienduizenden, leverde honderden reacties op en veel persoonlijke aanvallen. Die spiegel leverde blijk van angst, woede en een vergaand proces van radicalisering: mensen die niet meer zelfstandig nadenken, maar gevoelens en vijandbeelden overnemen van extremistische stemmers.
Zijn zoon wees erop dat dezelfde dynamiek overal optreedt: wie de spiegel ophoudt, wordt aangevallen; wie ontmenselijkt, ontkent zijn eigen spiegelbeeld. De auteur hekelt de handelaren in angst, patrioticisme en valse religieuze rechtvaardiging. Zijn kernboodschap is dat waardigheid en menselijkheid geen luxe zijn of selectieve politiek: wie hongerigen wegstuurt of uitlevert aan gevaar, heeft zijn menselijkheid verspeeld.
De oproep sluit met een morele eis: waar nog moderne Bilals worden achtergelaten, moet iemand hun naam uitspreken en voor hen opkomen — of dat nu in Sfax, Loosdrecht of elders is.