De IND versnelt de asielprocedure, met meer rechtszaken tot gevolg
In dit artikel:
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voert per 12 juni, wanneer het Europese Asiel- en Migratiepact ingaat, een ingrijpend verkorte asielprocedure in. De dienst wil aanvragen veel sneller afhandelen: asielzoekers moeten binnen twee weken gehoord worden in plaats van in een procedure die nu vaak jaren duurt. In praktijk betekent dit één gehoor, digitaal aanmelden via een tablet in Ter Apel en het schrappen van meerdere beveiligings- en voorbereidingsstappen die jarenlang als waarborgen golden — zoals een voorbereidend gesprek met een advocaat, voorlichting door VluchtelingenWerk, medische controles en vooral het formele ‘voornemen’ waarop asielzoekers en hun advocaten konden reageren. De IND stelt dat deze maatregelen snelheid en harmonisatie met andere EU-landen brengen en kosten besparen; kritische instanties vrezen grootschalige nadelige gevolgen voor zorgvuldigheid en rechtsbescherming.
De plannen leidden in februari tot felle reacties van rechters en juridische professionals tijdens een bijeenkomst van de IND in een zaaltje van Bar Beton op station Den Haag Centraal. Rechters wezen er scherp op dat voorstellen van de IND — zoals het bundelen van zaken van asielzoekers uit hetzelfde land bij één zitting of het concentreren van soortgelijke zaken bij een paar rechtbanken — de onafhankelijkheid van de rechtspraak aantasten. De IND is partij in deze procedures, en het proberen te sturen van waar en hoe zaken worden behandeld botst volgens rechters met hun wettelijke neutraliteit. Vanwege die weerstand annuleerde de IND vervolgens verdere overleggen met rechtbanken.
De IND heeft daarnaast in een brief aan de Raad voor de Rechtspraak aangegeven dat zij door een tekort aan juristen mogelijk in een aanzienlijk deel van zaken niet op zitting kan verschijnen of geen verweerschrift indient; in het ergste scenario zou de dienst dit jaar in ongeveer een kwart van de zaken afwezig kunnen zijn. Dat, gecombineerd met de ingekorte procedure, verwacht menert tot een sterke stijging van het aantal rechtszaken: haperende of gehaaste afwijzingen zullen vaker bij de rechter worden aangevochten. De Raad voor de Rechtspraak en andere betrokken organisaties waarschuwen dat zittingen hierdoor niet alleen in aantal, maar ook in complexiteit toenemen, omdat asielzoekers hun argumenten pas voor de rechtbank voor het eerst volledig naar voren kunnen brengen.
De IND zegt klachten te willen ondervangen door dossiers die door asielzoekers naar de rechter worden gebracht vóór de zitting nóg eens te controleren en — als de motivering niet deugt — de beslissing terug te trekken voor heroverweging. In de praktijk gebeurt dat soms zelfs twee dagen voor een zitting, wat volgens rechters, advocaten en VluchtelingenWerk leidt tot frustratie en extra werk: zittingen en voorbereidingen zijn dan al gepland en moeten worden aangepast. Critici noemen dit geen oplossing maar een bron van extra administratieve druk op rechtbanken.
Het cumulatieve effect van de beleidswijzigingen is breed zorgelijk: door de nieuwe praktijk blijven ongeveer vijftigduizend oudere dossiers liggen omdat de IND vrijwel driekwart van zijn capaciteit op de nieuwe zaken wil zetten; zesduizend van de wachten dossiers betreffen alleenstaande minderjarigen. De Algemene Rekenkamer signaleerde dat de minister de gevolgen van deze keuze onvoldoende heeft afgewogen en de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd, terwijl de gevolgen substantieel zijn voor bestuur en rechtsbescherming.
Daarbij komt dat het parlement eerder al een tweestatusstelsel invoerde (A- en B-statussen), waardoor groepen asielzoekers met minder rechten naar verwachting extra zullen procederen om een andere status af te dwingen. Rechtspraak en Raad voor de Rechtspraak verwachten dat voor al deze extra zaken extra vreemdelingenrechters moeten worden geworven en opgeleid; opleidingstijden van twee jaar of meer maken snelle opschaling moeilijk en leiden tot verplaatsing van capaciteit van andere rechtsgebieden zoals jeugd- en strafrecht.
Juridische deskundigen waarschuwen ook voor een breder politiek-juridisch risico: door stappen uit de uitvoeringsprocedure te halen schuift het kabinet werk en politieke verantwoordelijkheid naar rechters. Hoogleraar Jonathan Soeharno benadrukt dat dit rechters dwingt actiever te toetsen en politiek gevoelige uitspraken te doen, met het gevaar dat politici rechters publiekelijk als obstakel bestempelen en daarmee het maatschappelijk vertrouwen in de rechterlijke macht ondermijnen. Advocaten signaleren dat ook de beroepspraktijk steeds politiciseert: rechtsbijstand wordt publiek bekritiseerd als ‘doorprocederen’, terwijl het vaak reguliere rechtsbescherming betreft.
De IND verdedigt de hervormingen als noodzakelijk om snelheid te bereiken en processen te moderniseren; interne leidinggevenden hebben eerder ook opgeroepen meer “risico’s” te nemen en te accepteren dat sommige beslissingen later door de rechter worden teruggedraaid. Voor rechters, advocaten, belangenorganisaties en controlerende instanties is de centrale vraag echter of die winst in snelheid niet te veel gaat kosten in rechtsbescherming, rechtsstatelijke garanties en de capaciteit van de rechtspraak. Als de aangekondigde wijzigingen doorgaan, staan rechtbanken in de komende jaren voor een forse extra werkdruk en wordt de scheidslijn tussen politiek en rechtspraak nadrukkelijker op de proef gesteld.