De horror in 'Leviticus' draait om homogenezing
In dit artikel:
In de Australische horrorfilm *Leviticus*, het speelfilmdebuut van regisseur Adrian Chiarella, groeit de zeventienjarige Naim op in een strenggelovig industriestadje in Victoria. Hij bezoekt er met zijn moeder een evangelische kerk, waar geloof en angst nauw met elkaar verbonden zijn. De gemeenschap houdt zich bovendien bezig met homogenezing.
Naim is verliefd op Ryan, een jongen die als ‘getroffene’ aan zo’n genezingsritueel wordt onderworpen. De film verbeeldt dat ritueel sober maar beklemmend, met een man die een metalen aansteker en een grote vlam gebruikt. Ondertussen versterken industriële klanken, donkere kleuren, dreigende landschappen en verontrustende natuurbeelden de horrorachtige sfeer.
De titel verwijst naar Bijbelteksten uit Leviticus waarin homoseksuele relaties als zondig en zelfs met de dood strafbaar worden bestempeld, naast waarschuwingen tegen geesten en schimmen. Volgens de bespreking laat Chiarella zien hoe religieuze angst aan jongens als Naim en Ryan wordt aangeleerd: ze leren niet alleen God te vrezen, maar ook hun eigen seksuele geaardheid. Daarmee wordt de film een schrijnend portret van de schade die homofobie en homogenezing veroorzaken.
Vandaag Inside: Dave Maasland zucht na opmerking Jesse Klaver: ‘Dit is echt een hele slechte vergelijking!’