De honderdste verjaardag van György Kurtág in het Muziekgebouw is een feestje zonder de diepe ernst van zijn werk
In dit artikel:
De Hongaarse componist György Kurtág bereikte recent de leeftijd van honderd en blijft actief als maker; een dag na zijn verjaardag ging in Boedapest zijn tweede opera Die Stechardin in première. In Amsterdam organiseerde Het Muziek in het Muziekgebouw een hommage aan de jubilaris, een gezelschap dat door de jaren heen een nauwe band met Kurtág en met voormalig voorman Reinbert de Leeuw ontwikkelde.
Kurtágs idioom bestaat uit microscopische gebaren: fragmentarische nootjes, uiterst zachte strijkjes, miniatuurtjes die eerder impliceren dan tentoonspreiden. Centraal in de avond stond materiaal uit Játékok (spraak voor ‘spelletjes’), oorspronkelijk voor piano maar hier liefdevol bewerkt en als ensemble uitgevoerd. Zijn oeuvre omvat solo-, duo- en triowerken, vocale stukken en sinds 2018 ook de opera Fin de partie; muzikaal zoekt hij naar waarheid vanuit fundamentele twijfel.
Voor de viering werden ook nieuwe, door bewonderaars geschreven werken gepresenteerd. Mayke Nas maakte een theatrale installatie met witte bakken vol mikadostokjes, fruit en andere objecten die versterkt neervielen; Jasper de Bock leverde een nostalgische choreografie van snaredrumstokken bij een zachtspelende gettoblaster. Hoogtepunt was Unsuk Chins Akrostichon, gebracht door sopraan Katharine Dain, die fluisterend mysterie en zuivere, opvallende klank combineerde. De avond droeg vooral de stempel van de uitvoerders — hun betrokkenheid gaf de hommage glans — al ontbrak soms de zware ernst die Kurtágs eigen werk zo kenmerkt, iets dat op een feestje wellicht niet per se gewenst is.