De hond: al 16.000 jaar onze trouwste metgezel
In dit artikel:
Nieuwe genetische analyses, gepubliceerd in Nature door een consortium van zeventien instituten waaronder het Francis Crick Institute en het Natural History Museum in Londen, tonen aan dat honden al circa 15.800 jaar geleden deel uitmaakten van menselijke gemeenschappen. Door DNA uit prehistorische resten — onder meer een vondst uit Pınarbaşı in Turkije — te analyseren, verschuift de bevestigd oorsprong van het honden‑mens‑partnerschap ruim voor de landbouw.
Archeologisch en genetisch bewijs wijst erop dat die relatie meer was dan jachthulp: menselijke verzorging maakte overleving van zieke dieren mogelijk, zoals uit een gezamenlijke begrafenis in Bonn‑Oberkassel van zo’n 14.300 jaar geleden blijkt. Uitwisseling van honden tussen jager‑verzamelaars suggereert bovendien dat ze hoge sociaaleconomische waarde hadden, aldus onderzoeker Laurent Frantz.
De voorouders van deze vroege honden stammen waarschijnlijk niet uit Europa maar uit een oostelijke wolvenlijn, mogelijk Siberië. Het moderne hondenbestand is daarna een mengsel geworden van deze vroege jager‑verzamelaarshonden en later door landbouwers uit het Nabije Oosten meegebrachte lijnen. De studie bevestigt dat de hond de allereerste gedomesticeerde soort was en fungeerde als strategische bondgenoot voor de mens in ijstijgervaringen.