De homobeweging kan de strijdbijl niet begraven
In dit artikel:
Nu WorldPride in Amsterdam begint, betoogt het stuk dat queer-zijn niet langer alleen een feest van zichtbaarheid is, maar opnieuw politieke strijd vraagt. De auteur schetst hoe de Nederlandse homobeweging sinds de jaren na de oorlog verschillende fases van emancipatie doormaakte: van het bescheiden COC tot de radicale activisten van de jaren zeventig en later de strijd voor het homohuwelijk. Dat leverde veel winst op, waardoor homo- en lesbische rechten in Nederland breed geaccepteerd raakten. Tegelijk wijst de tekst erop dat die vooruitgang niet overal geldt: volgens Amnesty zijn homoseksuele handelingen in tientallen landen strafbaar en neemt ook in westerse landen de tegenreactie toe, vooral tegen trans en intersekse personen. In Nederland stijgen bovendien de meldingen van lhbtqi+-discriminatie. Toch is er volgens de auteur een probleem: de beweging is versnipperd geraakt door identiteitspolitiek en de vele deelgroepen binnen de lhbtqi+-gemeenschap. Daardoor is het moeilijk om gezamenlijk op te trekken tegen een nieuwe golf van anti-queerpolitiek. De centrale vraag is dan ook of de homobeweging nog in staat is om, net als in eerdere periodes, een nieuwe ronde activisme te voeren.
Vandaag Inside: Johan Derksen zag Sigrid Kaag bij Zomergasten: ‘Een kille, arrogante, hautaine mevrouw’