'De handelsoorlog is vooral Trump-theater', stelt handelseconoom Richard Baldwin. 'Maar hij boekt geen enkele overwinning'
In dit artikel:
Richard Baldwin, handelsexpert verbonden aan IMD Business School in Lausanne en auteur van World War Trade, ziet duidelijke patronen tussen de handelsconflicten van president Trump en diens militaire interventies. Volgens Baldwin werkt Trump met hetzelfde recept: eerst een kleine, normdoorbrekende provocatie om de grens van acceptatie te testen; slaat dat aan, dan volgt een veel grotere schok die wereldwijd de headlines bepaalt. Als voorbeelden noemt Baldwin de importheffingen op Canada en Mexico in februari 2025 (naar aanleiding van beschuldigingen over fentanyl) en de wereldwijde tariefverhogingen op 2 april 2025 — en analogisch de ontvoering van Nicolás Maduro als voorafschok en de aanval op Iran op 28 februari 2026 als daaropvolgend grootschalig geweld.
Centrale kenmerken van Trumps aanpak volgens Baldwin: handelen vooral wanneer binnenlands politiek kapot gaat (hogere prijzen en inflatie blijken telkens aanleiding), bewust vaag blijven over doelstellingen zodat bijsturen of het claimen van een overwinning eenvoudig is, en het sluiten van “spontane” maar onhandvestigde akkoorden die weinig concreets verplichten. Baldwin waarschuwt dat militaire escalaties veel moeilijker ongedaan te maken zijn dan handelsmaatregelen — een reden waarom terugtrekking uit een echte oorlog niet te vergelijken valt met het terugdraaien van invoerheffingen.
Historische en structurele achtergronden
Baldwin situeert de handelsoorlog in een veel langer proces: vrijhandelsopening vanaf de jaren zestig, massale verplaatsing van productie naar lagelonenlanden en technologische internationalisering sinds de jaren negentig, met werkloosheid en ontwrichting van de Amerikaanse middenklasse als gevolg. De financiële crisis van 2007–2008 vergrootte cynisme over elites en voedde het politieke klimaat dat beschermingisme aanmoedigt. Tegelijk veranderde China vanaf de jaren zeventig via sterke exportgroei zijn rol in de wereldeconomie; na de groeivertraging na 2008 stuurde Peking opnieuw op exportstimulering en beleid dat sommige strategische bevoorradingen beschermt (zoals zeldzame aardmetalen).
Escalatie en respons
De ingreep van 2 april 2025 maakte een einde aan het bilaterale patroon: Trump legde maatwerkheffingen op aan vrijwel alle landen, wat andere regeringen schokte. China reageerde als enige agressief: reciproque hoge tarieven en exportbeperkingen, wat leidde tot wederzijdse tarieven tot in de dubbele cijfers en de facto embargo-achtige toestanden. Baldwin wijst erop dat China structureel beter tegen zo’n conflict bestand bleek dan de VS; uiteindelijk verlaagde Trump zijn tarieven voorafgaand aan onderhandelingen en China hield veel van zijn strategische beperkingen in stand, terwijl het Peking lukte de materiële winst binnen te halen.
Het theater van de onderhandelingen
Veel landen kozen niet voor confrontatie maar voor het ‘aaien’ van Trump: groots onthaal, investeringsbeloftes en vaagheden waarmee de Amerikaanse president overwinningen kon claimen — zonder formele, bindende verdragen. Dat leidde tot een soort heffingentheater: in de praktijk bleken veel tarieven en uitzonderingen voor consumentengoederen lager dan aangekondigd, en juridische beslissingen (zoals van het Hooggerechtshof) ontnamen later een deel van de basis voor de invoerheffingen.
Versterking van eigen weerbaarheid en nieuwe blokken
Als reactie bouwden EU-landen en anderen “bunkers”: maatregelen om toeleveringsketens te beschermen (anti-dwanginstrumenten, diversificatie van leveranciers). Tegelijk ontstond een versnelling van regionale handelsakkoorden — van EU-Mercosur tot nieuwe overeenkomsten met India en Britse deals — waardoor volgens Baldwin twee overlappende “zonnestelsels” ontstaan: één met de EU als centrum en één rond het Aziatisch-Pacifische CPTPP-kader onder Japan. Deze ontwikkelingen versterken regionalisme en maken de WTO minder doorslaggevend, maar betekenen niet dat handel liberalisering stopt.
Baldwin’s conclusie
Trump-beleid is volgens Baldwin vooral performatief en politiek; economisch onderbouwt het weinig. De wereld reageert echter pragmatisch: landen verdedigen hun ketens, sluiten alternatieve akkoorden en laten zich niet langer uitsluitend door de VS leiden. Noch de VS, noch China zijn onmisbaar om nieuwe handelsnetwerken te vormen — de wereldhandel fragmentiseert eerder dan dat ze volledig instort. Baldwin benadrukt dat hij geen militair deskundige is, maar als handelseconoom ziet hij duidelijke en zorgwekkende patronen die zowel economische als geopolitieke gevolgen hebben.