De grutto's komen terug!
In dit artikel:
Half februari werd op het Landje van Geijsel (Ouderkerk aan de Amstel) de eerste “Nederlandse” grutto gezien tussen veel IJslandse exemplaren. Wouter Vansteelant van BirdEyes (Rijksuniversiteit Groningen) legt uit hoe moderne zender- en kleurringonderzoeken het beeld van de gruttotrek nu scherper maken.
Belangrijkste wintergebied van de Nederlandse grutto (Limosa limosa limosa) blijft West-Afrika, waar onder meer rijstvelden in Senegal voedsel en rustplaatsen bieden. Toch is er een duidelijke verschuiving: een groeiend deel overwintert in Zuid-Europa (o.a. de Taagdelta in Portugal en Doñana in Spanje) en slaat Gibraltar over. Die plekken fungeren zowel als eindbestemming als als tijdelijke tussenstop voor doorgrekkende vogels. De keuze hangt sterk af van lokale omstandigheden: in droge jaren zijn rijstvelden soms onbruikbaar geworden doordat ze opdrogen, terwijl in natte winters juist te hoge waterstanden voorkomen waardoor vogels moeten uitwijken naar akkers.
Grutto’s blijken flexibel in hun gebruik van habitats, maar geven in natte jaren de voorkeur aan natuurlijke wetlands boven agrarische velden waar dat kan (bijvoorbeeld rond de Camargue). Klimaatschommelingen en intensivering van de landbouw maken die flexibiliteit echter riskant: verdroging of vernatting van pleisterplaatsen kan de overleving beïnvloeden en de energiebehoefte van vogels verhogen als zij alternatieven moeten zoeken.
Trekgedrag en leerproces: binnen enkele weken tussen eind februari en begin maart verzamelen grote groepen in Nederland om reserves aan te vullen voordat ze naar de broedgebieden doorgaan. Experimenten van BirdEyes tonen dat jonge grutto’s hun migratieroutes leren via de aanwezigheid van ervaren soortgenoten: handopgevoede jongen die kort voor de trek naar Polen werden gebracht, volgden de oostelijkere route van hun Poolse metgezellen. Laat vertrekkende juvenielen lukken vaak niet het traject naar West-Afrika en blijven in Zuid-Europa hangen, mogelijk doordat er minder ervaren gidsen aanwezig zijn.
Onderzoeksmethoden: vogels dragen kleine zendertjes die individuele bewegingen en reacties op droge of natte periodes zichtbaar maken. Kleurringonderzoek maakt grotere aantallen individueel herkenbaar en levert gegevens over leeftijd, terugkeertijd naar broedgebieden en levensduur.
Bedreigingen en knelpunten: de grootste bottleneck blijft de kuikenoverleving in de eerste maanden; daarnaast kunnen veranderingen in overwinteringsgebieden (verdroging, intensivering rijstteelt) in de toekomst zwaar gaan wegen. Met steun uit het LIFE-fonds lopen maatregelen om rijstbedrijven gruttovriendelijker te maken en om natuurherstel in West-Afrika te bevorderen.
IJslandse grutto’s (L. l. islandica) broeden nog relatief goed, maar ook daar treedt verlies van moerassen op. In 2023 is voor het eerst aangetoond dat een in Friesland geringde grutto in Nederland overwinterde — mogelijke aanwijzing van adaptatie richting standvogelgedrag, al zijn dergelijke gevallen tot nu toe uitzonderlijk. Vansteelant waarschuwt dat succes op één plek geen garantie is: zowel landelijke als internationale beschermingsmaatregelen blijven noodzakelijk.