De Grote GeenStijl Ranking de Stars van Schoof I

zaterdag, 21 februari 2026 (14:11) - GeenStijl

In dit artikel:

GeenStijl stelde een tongue-in-cheek ranglijst op van bewindslieden uit het Kabinet‑Schoof, waarin ministers worden beoordeeld op karakter, daadkracht en media‑imago in plaats van op beleidscijfers.

- Femke Wiersma (BBB) wordt uitgeroepen tot “de leukste minister”: haar belangrijkste opgave — het voorkomen van een halvering van de veestapel — zou geslaagd zijn en haar theemanieren en imago maakten haar populair in Vak K.
- Ruben Brekelmans (VVD) krijgt de titel “dapperste minister”: hij stond dicht bij veiligheidsvraagstukken en werd als oorlogszuchtig type neergezet; hij vertrekt naar de Tweede Kamer als VVD‑fractievoorzitter. Gijs Tuinman bleef buiten de ranglijst omdat hij staatssecretaris was.
- David van Weel (VVD) wordt bestempeld als “de krachtdadigste”: hij zou zich met asiel- en migratiezaken hebben bemoeid en verschijnt volgens de tekst opnieuw in kabinet‑Jetten.
- Gouke Moes (BBB) is volgens de makers “de domste minister”: een vrolijke maar onbetrouwbare draaier die soms slecht uitpakt.
- Mona Keijzer (BBB) geldt als “de populairste minister”: stijlvol, ervaren en charmerend in publieke optredens, ondanks spanningen met haar partij.
- Caspar Veldkamp (NSC) is de afvallige “NSC‑minister”: het stuk hekelt hem als bijzonder slecht functionerend en beschrijft dat hij het demissionaire kabinet opblies.
- Marjolein Faber (PVV) krijgt de prijs “de beste minister”: haar strenge asielbeleid, lintjesaffaire en kordate verschijning leverden haar een soort cultstatus op volgens de satirische jury.
- Robert Tieman (VVD) krijgt een nostalgische vermelding vanwege zijn inzet tegen fatbikes; Eugène Heinen (BBB) wordt als onopgemerkt bestempeld; Thierry Aartsen (VVD) of, alternatieve lezing, Eddy van Hijum, wordt genoemd als “gezelligste” bewindspersoon. Frank Rijkaart (BBB) krijgt een eervolle vermelding om niets anders dan zijn naam.

De slotlijst is provocerend en ironisch: Marjolein Faber bezet zowel plek 1 als 2, gevolgd door Foort van Oosten op drie. Het stuk is vooral satire — een reflectie op persoonlijkheden en mediabeelden in plaats van een serieuze bestuurlijke evaluatie.