De grap die werkelijkheid werd

zondag, 1 maart 2026 (12:54) - Joop

In dit artikel:

Al 36 jaar — sinds ik vijf was — heeft één man mijn leven bepaald: Ali Khamenei. Hij heeft niet alleen het lot van miljoenen Iraniërs gevormd, maar ook mijn migratiegeschiedenis, familiebanden en aanhoudende gevoel van ontheemding. De auteur woont inmiddels veilig in Nederland, maar zijn ouders blijven in Iran; zijn vader verzorgt zijn moeder, die een zware kankerbehandeling onderging, en hij voelt zich machteloos en voortdurend bezorgd over hun veiligheid.

Gisteren werd, na decennia van dreiging en censuur, de zin werkelijkheid die hij en veel andere Iraniërs heimelijk uitspraken: Khamenei is gedood, in aanvallen die volgens de schrijver afkomstig waren van de VS en Israël. Dat moment brengt gemengde emoties: opluchting omdat de ooit bekende dreigende aanwezigheid wegvalt, maar vooral angst en scepsis. De schrijver benadrukt dat het om meer gaat dan één persoon; het regime is een verweven systeem van veiligheidsdiensten, rechtspraak, economie en religieuze instituties. Een moord of aanslag op een leider is geen garantie voor democratie, maar kan juist een machtsvacuüm creëren waarin verschillende facties strijden — monarchisten, etnische bewegingen (Koerden, Balochi’s, Arabische gemeenschappen, Azeri’s), religieuze groepen en regionale machten — met onvoorspelbare gevolgen voor gewone burgers.

De auteur waarschuwt tegen het romantiseren van buitenlandse militaire inmenging als bevrijding. Hij noemt voorbeelden (Afghanistan, Irak, Syrië, Libië, Libanon, Egypte, Soedan, Somalië) waar externe interventies niet tot duurzame vrijheid voor de bevolking leidden, maar vaak tot chaos en burgerslachtoffers. Zijn grootste zorg is niet alleen de haperende legitimiteit van het huidige regime, maar wat er daarna komt — wie de macht grijpt en welke prijs de Iraanse bevolking daarvoor betaalt.

In de diaspora klinken direct oproepen voor terugkeer naar een pre-revolutionair systeem en wordt Reza Pahlavi soms naar voren geschoven als overgangsfiguur. De auteur wijst erop dat meer dan twee derde van de Iraanse bevolking na 1979 is geboren en daarom niet verlangt naar nostalgie maar naar vooruitgang; dat maakt elke eenvoudige oplossing onrealistisch. Hij pleit voor een inclusieve, door Iraniërs gedragen transitievorm, niet voor het opleggen van externe machtsoplossingen of het benoemen van één troonpretendent als vanzelfsprekende vervanger.

Concreet roept hij Nederland — samen met gelijkgestemde EU-landen — op om niet te wachten en wél beleid te ontwikkelen voor de periode na de val van de leiding. Zijn beleidsvoorstellen:
- Start nu een diplomatiek traject dat expliciet uitgaat van zelfbeschikking van de Iraanse bevolking en een breed, inclusief overgangsproces onder internationale waarborgen.
- Investeer in digitale infrastructuur en veilige communicatiemiddelen zodat Iraniërs informatie kunnen delen zonder controle door het regime.
- Bereid slimme, gerichte sancties voor tegen individuen en machtsnetwerken die een vreedzame transitie saboteren; vermijd brede sancties die de bevolking treffen.
- Maak erkenning van een overgangsregering afhankelijk van aantoonbare stappen richting vrije verkiezingen onder internationale supervisie.
- Stel humanitaire noodvisa beschikbaar voor journalisten, activisten en minderheden die bij een instabiliteit gevaar lopen.

Daarnaast uit hij teleurstelling over het Nederlandse politieke optreden direct na de gebeurtenissen. Tijdens het congres van D66 en met een liberale-sociale premier aan het roer (Rob Jetten) miste hij een duidelijke en concrete visie van de buitenlandwoordvoerder: geen uitgewerkte agenda, geen scenario’s. Hij vergelijkt die terughoudendheid met eerdere, meer gerichte aanpakken van politici als Sjoerd Sjoerdsma en pleit voor voorbereiding in plaats van improvisatie.

Persoonlijk blijft de schrijver geteisterd door machteloosheid: als enig kind ver weg voelt hij zich veilig maar tegelijkertijd zeer kwetsbaar voor het lot van zijn ouders en landgenoten. Zijn slotboodschap is helder: het verdwijnen van Khamenei is nog geen garantie voor vrijheid. Vrijheid vereist bewuste keuzes en internationale voorbereiding. Als die nu uitblijft, bestaat het risico dat andere landen of interne elites bepalen wat ’vrijheid’ in Iran zal betekenen — en dan betalen de Iraniërs opnieuw de hoogste prijs.