De 'Gilgamesj-hypothese': wat schuilt er achter de arrestatie van Nicolás Maduro?
In dit artikel:
Op 3 januari voerden Amerikaanse speciale eenheden een operatie uit waarbij de Venezolaanse president Nicolás Maduro uit Caracas werd weggehaald. De officiële verklaring presenteerde dit als een rechtshandhavingsactie tegen het zogenoemde Zonnenkartel, met als doel Maduro voor de rechtbank in New York te krijgen. Phillip Presswood, retoricus en semioticus aan Texas A&M, ziet dat verhaal als slechts oppervlakte en legt in een uitgebreid betoog een ander motief voor: controle over archeologische ontdekkingen in het Venezolaanse binnenland.
Presswood wijst op recente vondsten in de tepuis van het Guianaschild — met name in Nationaal park Canaima en langs de Orinoco — waar in 2024 onderzoekers ongebruikelijke rotstekeningen en enorme petrogliefen aantroffen. De afbeeldingen wijken sterk af van bekende inheemse pictogrammen; ze bevatten geometrische patronen, sterachtige motieven en enorme slangengravingen die vanuit de lucht zichtbaar lijken te zijn. Volgens Presswood vormen deze anomalieën aanwijzingen voor een veel oudere en mogelijk invloedrijke beschaving waarvan het belang het gangbare historische verhaal zou kunnen ondermijnen.
In plaats van een open, internationaal archeologisch onderzoek volgde echter stilte en militarisering. In 2024–2025 voerde het Maduro-regime militaire acties op de tepuis uit onder het voorwendsel van het bestrijden van illegale mijnbouw. Presswood betwijfelt die uitleg: de onherbergzame plateaus zijn weinig geschikt voor grootschalige goudwinning, maar herbergen uitgebreide grottenstelsels die als dragers van verborgen kennis kunnen fungeren. In zijn lezing waren mijnwerkers eerder onbedoelde ontdekkers van een 'tekst' die verborgen zou moeten blijven.
Hij plaatst deze volgorde — ontdekking, verdwijning van informatie, militarisering en uiteindelijk buitenlandse interventie — in een historisch patroon dat hij het “Gilgamesj-protocol” noemt: het inzetten van militaire macht om controle te krijgen over archeologische vondsten die bestaande historisch-politieke narratieven kunnen bedreigen. Als parallel verwijst Presswood naar berichtgeving rond een vermeend graf van Gilgamesj vlak voor de invasie van Irak in 2003, waarna dat spoor snel verdween na de oorlog.
In Presswoods interpretatie fungeerde Maduro naast dictator ook als poortwachter; zijn arrestatie zou dus niet alleen juridisch van aard zijn maar een machtsverschuiving mogelijk maken die toegang tot gevoelige archeologische locaties opent. Hij waarschuwt dat het officiële verhaal van de 'oorlog tegen drugs' dient als retorisch scherm dat verbergt dat er een strijd om het verleden en de controle over kennis gaande is. Zijn oproep aan het publiek is om niet alleen naar de uitgesproken verklaringen te kijken, maar te letten op welke onderzoeks‑ en toegangsrechten ongewijzigd blijven — zoals de status van Canaima, de tepuis en milieuregels onder een mogelijke door de VS gesteunde nieuwe regering.