De gezondheidszorg op de Westoever stikt in Israëls financiële wurggreep
In dit artikel:
De Palestijnse gezondheidszorg op de bezette Westoever raakt verder verzwakt doordat Israël een steeds groter deel van de belasting- en douane-inkomsten van de Palestijnse Autoriteit (PA) inhoudt. Ziekenhuizen en apotheken kampen met tekorten, personeel krijgt nog maar een deel van het salaris en patiënten wijken noodgedwongen uit naar gratis hulp.
Dat bleek tijdens een mobiele kliniek van Physicians for Human Rights Israel in Kafr Aktaba, nabij Tulkarem. In een schoolgebouw onderzochten vrijwillige Palestijnse artsen en twee Israëlische kinderartsen 520 mensen, onder wie 45 kinderen. Ze deelden ook gedoneerde medicijnen uit. Veel bezoekers zijn afhankelijk van de publieke zorg, omdat particuliere behandelingen voor hen onbetaalbaar zijn.
Een van hen is de 70-jarige Bassam Musleh, die een pacemaker heeft. Hij kreeg naar eigen zeggen al zes maanden geen benodigde hartmedicatie. Zijn toestand verslechterde en de batterij van zijn pacemaker moet bijna worden vervangen. Omdat hij niet in een openbaar ziekenhuis terechtkan, is hij aangewezen op een specialist in Nablus, maar zelfs een consult kan hij niet betalen.
Volgens de mensenrechtenorganisatie zijn 160 van de ongeveer 1260 essentiële geneesmiddelen volledig niet meer beschikbaar. Van circa 600 andere middelen is nog maar een voorraad voor enkele dagen, terwijl 250 geneesmiddelen beperkt verkrijgbaar zijn. Vooral patiënten met kanker, nierziekten, diabetes en andere chronische aandoeningen lopen risico. Zorgverleners melden dat leveringen soms binnen een of twee dagen op zijn.
De tekorten hangen samen met de financiële problemen van het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid. Dat heeft inmiddels meer dan een miljard euro schuld bij leveranciers en particuliere ziekenhuizen, waardoor die hun diensten en leveringen beperken. Ook moet voor de invoer van medicijnen jaarlijks toestemming van Israël worden verkregen, wat volgens betrokkenen steeds langer duurt.
Op grond van het Protocol van Parijs uit 1994 int Israël namens de PA een groot deel van de Palestijnse belasting- en douaneopbrengsten. Sinds 2019 houdt Israël daarvan bedragen in vanwege uitkeringen aan Palestijnse gevangenen en nabestaanden van gedode Palestijnen. Israël beschouwt die betalingen als een beloning voor terrorisme. Sinds oktober 2023 worden ook bedragen afgetrokken die de PA voor Gaza reserveert. Volgens de Wereldbank liep de maandelijkse inhouding op van ongeveer 60 naar 145 miljoen euro, waardoor meer dan de helft van de PA-inkomsten niet werd doorgestort. In juni 2026 breidde het Israëlische parlement de mogelijkheid tot verrekening verder uit.
De financiële crisis raakt ook zorgmedewerkers. Een huisarts in Tulkarem zegt dat hij nog ongeveer de helft van zijn salaris ontvangt en dat de overheid hem achttien maanden loon verschuldigd is. Zijn werkweek is teruggebracht van vijf naar hooguit twee dagen. Volgens PHRI functioneren 447 van de 590 zorgvoorzieningen nog slechts één of twee dagen per week. Na een staking in mei bleef de publieke zorg beperkt tot spoed- en levensreddende behandelingen.
Tegelijkertijd groeit de behoefte aan hulp. Sinds januari 2025 zijn volgens de organisatie ongeveer 40.000 Palestijnen uit de kampen van Jenin, Tulkarem en Nur Shams verdreven. Kafr Aktaba vangt circa 3000 ontheemden op. Onder hen is de 55-jarige Basma Jawabka, die haar toegang tot diabetesmedicatie verloor nadat ze Nur Shams moest verlaten. Haar gezin heeft geen vast inkomen en woont zonder elektriciteit. Bij de mobiele kliniek kreeg zij na maanden weer insuline.
De Oranjezomer: Noa Vahle over mogelijke Ajax-transfer: 'Dat zou ik wel opvallend vinden!'