De getufte, 'gestoorde' en opwindpoppen in de tentoonstelling over het vrouwenlichaam in Kunstfort Vijfhuizen vertellen een nieuw verhaal

woensdag, 27 mei 2026 (11:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Kunstfort Vijfhuizen toont een groepstentoonstelling over het vrouwenlichaam in een wereld waarin mannen de regels maken. Gepresenteerd nabij Haarlem en gepubliceerd op 27 mei 2026, keert de expositie het perspectief om: waar veel musea dit jaar de schadelijke kanten van mannelijkheid onderzoeken, richt dit fort — zelf ooit gebouwd in 1897 als militair bastion van de Hollandse Waterlinie — de blik op de effecten daarvan op vrouwen.

Zes internationale kunstenaars van verschillende generaties laten hun visie zien met installaties, textiel, video en mechanische sculpturen. Shakuntala Kulkarni (1950) bouwde uit riet een eigen wapenrusting: sierlijke, plantaardige beschermingsstukken die in videoprojecties militaire gebaren imiteren, maar zich verbinden met de vreedzame Indiase protestmars (juloos) als manier om ruimte te claimen zonder geweld.

Anna Perach (1985), Oekraïens-Duitse in Londen, toont The Uncanny Valley: twaalf getufte hoofden die iets verontrustends uitstralen en refereren aan volksverhalen zoals Baba Jaga en Vasilisa. Zij maakte ook levensgrote, rococo‑achtige poppen gebaseerd op het Hoffmann‑motief van de opwindpop Olympia — twee tegengestelde karakters waarvan er één zelfs mechanisch beweegt en waarvan het andere kostuum gedragen kan worden, waarmee ze verhalen herschrijfbaar maakt. Haar werk Choked — een metalen hand die een oversized hoofd vasthoudt, met een tong die aan een penis doet denken — bekritiseert de mythe van de ’gekke’ vrouw als construct van mannelijk verbeelding.

De jongste in het gezelschap, Tair Uria (1994, Jeruzalem), presenteert langgerekte klei‑‘vrachtwagens’ met wieltjes: zogenaamde auto‑immuunmachines die, nauwelijks waarneembaar aangedreven, richting een triomfboog kruipen. Ze symboliseren dat verandering weliswaar plaatsvindt, maar vaak zo langzaam of subtiel is dat ze makkelijk gemist wordt.

Samen vormen de werken een dialoog over macht, mythe en lichamelijkheid: ambachtelijke technieken en narratieven worden ingezet om ruimte te heroveren en de mechanieken van gender en geweld zichtbaar te maken.