'De gemeente Amsterdam lijkt niet te beseffen wat er op het spel staat met overtoerisme'
In dit artikel:
Journalist Marcel van Engelen waarschuwt dat de strijd tegen overtoerisme in Amsterdam niet alleen gaat over hinder in het centrum, maar over het behoud van het karakter van de hele stad. Tijdens een recente wandeling van de Damstraat naar de Nieuwmarktbuurt zag hij hoe het oude stadshart in de afgelopen tien tot vijftien jaar gevangen is geraakt door toeristen: rijen souvenirwinkels, fastfoodzaken en andere toeristische voorzieningen domineren de route, terwijl aan het einde van die gang nog wel enkele buurtgerichte winkels blijken te bestaan.
Van Engelen plaatst de huidige situatie in historisch perspectief. In de jaren zeventig werd de binnenstad bedreigd door grootschalige sloop- en doorbraakplannen — denk aan een vierbaansweg en een zakendistrict — maar een onverwachte coalitie van monumentenbeschermers en alternatieve bewoners voorkwam dat. Die keuze om wonen boven grootschalige economische ontwikkeling te stellen, meent hij, was uiteindelijk ook economisch waardevol omdat het de menselijke schaal en aantrekkingskracht van de binnenstad behield.
Tegenwoordig staan opnieuw stukken van het centrum op het spel. Bewoners protesteren en organiseerden zich in het platform Het is genoeg, waarin negen buurtverenigingen uit het centrum samenwerken. Veel Amsterdammers mijden het stadscentrum omdat ze het gevoel hebben dat het niet meer voor hen is. De gemeente erkent het probleem en probeert de stroom bezoekers te reguleren, maar toont volgens Van Engelen weinig daadkracht en houdt zelfs geen toezicht op het eigen plafond van maximaal 20 miljoen toeristische overnachtingen per jaar. Deze passiviteit heeft geleid tot een rechtszaak van bewoners tegen hun eigen bestuur.
De auteur wijst er ook op dat veel oorzaken van de overlast buiten lokale controle liggen: goedkope vluchten naar Schiphol en massaal binnenlands dagtoerisme spelen een cruciale rol, evenals bezoekers die buiten de stad overnachten maar wel dagelijks het centrum aandoen. Dat maakt de kwestie complexer dan in de jaren zeventig, toen het lokale beleid de voornaamste vijand was.
Van Engelen betoogt dat het verlies van het woonkarakter in het hart van Amsterdam verstrekkende gevolgen heeft: toeristische bedrijvigheid trekt snel naar andere wijken (De Pijp als voorbeeld), culturele voorzieningen en speciaalzaken verdwijnen, en de band tussen Amsterdammers en hun stad verzwakt — een proces dat samenvalt met een krappe woningmarkt en toenemende exclusiviteit.
Zijn pleidooi is duidelijk: het college moet een principiële keuze maken en de binnenstad beschermend teruggeven aan bewoners en de stad als gemeenschap, ook al brengt dat op korte termijn economische pijn met zich mee. Het behoud van het hart van Amsterdam is volgens hem essentieel om het geheel van de stad en haar karakter te redden.