De geliefde en toegankelijke Matisse hangt dit najaar in het H'Art Museum

woensdag, 26 augustus 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Dit najaar toont het H’Art Museum in Amsterdam de tentoonstelling *Chez Matisse*, met schilderijen en beelden van Henri Matisse uit de collectie van het Centre Pompidou. Dat museum is tot 2030 gesloten wegens renovatie. De tentoonstelling plaatst Matisse naast kunstenaars die hem beïnvloedden of door hem werden beïnvloed, onder wie Georges Braque, Pablo Picasso, Mark Rothko, Sonia Delaunay, Natalia Gontcharova, Anna-Eva Bergman en Zoulikha Bouabdellah.

De tentoonstelling sluit aan bij Matisse’ grote populariteit, maar het artikel plaatst vraagtekens bij het geromantiseerde beeld van de kunstenaar als een miskend genie dat ondanks armoede, spot en persoonlijke tegenslagen onverstoorbaar voor zijn kunst bleef strijden. Dat verhaal werd onder meer populair door het televisieprogramma *Krabbé zoekt Matisse*. Zulke kunstenaarsmythes geven kunst extra dramatiek, maar versterken ook het idee dat vroegere critici en toeschouwers de genialiteit niet herkenden, terwijl wij die nu vanzelfsprekend zouden zien.

Matisse werd aanvankelijk inderdaad bespot om zijn felle kleuren en ongewone vormen. Toch is zijn werk voor veel museumbezoekers toegankelijker dan de abstractie van Mondriaan en Pollock of de duistere schilderijen van Francis Bacon. Hij schilderde vooral bloemen, fruit, interieurs, landschappen en vrouwenfiguren. Volgens kunstcriticus John Berger ligt zijn bijzondere kwaliteit in de manier waarop hij kleuren onverwacht tegen elkaar liet botsen en zo een harmonisch, bijna wiegend effect bereikte. Matisse richtte zich minder op geschiedenis en psychologie dan veel tijdgenoten en verbeeldde vooral licht, lichamelijkheid en het alledaagse genot van het leven.

Een belangrijke verandering kwam na een zware operatie in 1941. De 71-jarige Matisse kon niet meer op de gebruikelijke manier schilderen en begon met uitgeknipte vormen uit gekleurd papier te werken. Zijn verpleegster en assistent Lydia Delectorskaya bevestigde de vormen op zijn aanwijzingen aan de muur of op het doek. Deze *papiers découpés* leidden onder meer tot de bekende blauwe vrouwenfiguren. Ook maakte Matisse in deze laatste levensfase tekeningen, stillevens en het boek *Jazz*, met prenten over onder andere Icarus en onderwaterscènes. Hoewel hij lichamelijk verzwakt was, bleef hij tot zijn dood zeer productief.

Matisse’ werk kwam bovendien niet uitsluitend door zijn eigen wilskracht tot stand. Zijn vrouw Amélie ondersteunde hem jarenlang praktisch en financieel en zorgde voor hun drie kinderen. Toen zij ziek werd, konden zij hun gezamenlijke leven niet voortzetten en scheidden ze in 1939. Delectorskaya nam daarna een deel van haar rol over. Het beeld van de geïsoleerde kunstenaar doet daarmee geen recht aan de mensen die zijn werk mogelijk maakten.

*Chez Matisse* begint bij zijn late keuze voor de kunst. Matisse groeide op in Noord-Frankrijk in een welgesteld gezin en werd aanvankelijk voorbestemd om jurist te worden. Pas als twintiger koos hij in Parijs voor het kunstenaarschap. Via Gustave Moreau en Paul Signac ontwikkelde hij zich van een zoekende schilder tot een vernieuwer van kleur. Het divisionisme, waarin contrasterende kleuren naast elkaar worden gezet, speelde een rol in werken als *Luxe, calme et volupté* en latere strandscènes. Zijn inspiratie kwam ook uit niet-westerse kunst en uit Spaanse, Russische, Algerijnse en Marokkaanse beeld- en kledingtradities.

Juist dat laatste deel roept kritische vragen op. Matisse’ odalisken en andere vrouwenfiguren zijn mede gevormd door een negentiende-eeuws, oriëntaliserend perspectief. In de catalogus wordt de Marokkaanse feministische sociologe Fatima Mernissi aangehaald, die zich afvroeg waarom westerse kijkers in zulke beelden het historische en koloniale gewicht vaak negeren. De tentoonstelling probeert dit perspectief te verbreden door ook vrouwelijke kunstenaars en hedendaagse kritische kunst op te nemen. Zo reageert Zoulikha Bouabdellah in haar film *Dansons* op Frans-Algerijnse culturele vooroordelen.

Volgens de bespreking blijft die aanpak echter beperkt doordat alle werken uit de collectie van het Centre Pompidou komen. Daardoor ontbreken relevante Nederlandse verbanden, zoals de invloed van Matisse op Dick Bruna en Willem Sandberg, of een hommage van Daan van Golden aan *La perruche et la sirène*. Ook het verhaal van Bé de Waard, de eerste Nederlandse leerling van Matisse, had de tentoonstelling kunnen verdiepen. De expositie laat zo zowel de aantrekkingskracht als de beperkingen van Matisse zien: zijn kunst biedt kleur, licht en rust, maar zijn populariteit is ook verbonden met een kleinburgerlijke droom van luxe en zonnig geluk. Kunstcritici Roland Barthes en John Berger waarschuwden al dat die droom niet automatisch gelijkstaat aan goede kunst.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Jesse Klaver ongemakkelijk na vraag bij Vandaag Inside: ‘Moeten we het daar over hebben?’