De Gefabriceerde Rebellie
In dit artikel:
De straatartiest Laser 3.14 betoogt dat wat de afgelopen jaren als “tegencultuur” werd gepresenteerd vaak geen organische opstand van onderaf was, maar een door elites gefabriceerde beweging. Volgens hem probeerde een bepaalde culturele bovenlaag via censuur, sociale chantage, cancelmobs en rigide opinie-eisen een nieuwe norm af te dwingen — een vorm van dwang die de traditionele kenmerken van echte tegencultuur ondermijnt: spontaniteit, humor en vrijheid van verbeelding.
Als voorbeelden noemt de auteur recente maatschappelijke dossiers zoals MeToo, Black Lives Matter, de discussie over Zwarte Piet en de confrontaties rond Israël/Palestina. Die campagnes zouden volgens hem vaker voortkomen uit schuldgevoel en politieke agenda’s dan uit creatief verzet. Tegelijk wijst hij op het contrast tussen hoe verschillende protesten behandeld werden: boerenprotesten en sommige coronadeelnemers kregen harde handhaving en publieke afkeuring, terwijl door beleidsvoorkeuren begunstigde acties vaak lichter werden aangepakt of zelfs subtiel gesteund.
Een terugkerend punt is de sociale achtergrond van veel prominente activisten. Laser 3.14 brengt de Britse klimaatactiviste Phoebe Plummer als casus: opgegroeid in welvaart, studerend aan dure instellingen, en ondanks haar straf voor het besmeuren van Van Goghs Zonnebloemen straks weer veilig in comfort terugkerend. Zulke voorbeelden illustreren volgens de auteur dat veel hedendaags activisme door privilege wordt gedekt — een luxe om ideeën te uiten zonder de directe nadelen van de voorgestelde veranderingen te dragen.
De schrijver stelt dat postmodernistische denkbeelden — het relativeren van objectieve waarheid en het verheerlijken van slachtofferschap — hebben bijgedragen aan het ontstaan van een “rebellie van boven”. Die is volgens hem belerend, humorloos en uiteindelijk contraproductief: echte cultuur ontstaat niet als iets wordt opgelegd door beleidsmakers, subsidies of redactiekamers, maar in muffe keldertjes, clubs en op straat, waar regels ontbreken en experiment ruimte krijgt.
Tegelijk ziet Laser 3.14 een authentieke tegenreactie opkomen. Waar voorheen verzet vooral progressief en elite-georiënteerd leek, verschuift de vernieuwingskracht terug naar jongeren en grassroots-bewegingen. Patriotisme noemt hij als nieuw voorbeeld van zulke ondergrondse rebellie: iets wat vroeger conformistisch was, functioneert nu als een symbool van tegendraadsheid omdat het tonen van nationale symbolen recent als problematisch werd bestempeld. Die heropleving van nationale verbondenheid — zichtbaar in het Verenigd Koninkrijk en ook in Nederland — maakt gevestigde elites nerveus en onthult volgens de auteur een groot gapend vertrouwenstekort tussen burger en establishment.
De kern van het betoog: een door bovenaf opgelegde cultuurrevolutie is weinig vruchtbaar omdat ze vrijheid en spontaniteit wegneemt; echte tegencultuur groeit organisch en kan zich van nature tegen elites keren. Laser 3.14 waarschuwt dat het huidige klimaat van morele repressie en hypocrisie de voedingsbodem vormt voor een bredere, mogelijk krachtige tegenbeweging van onderop.