De geestelijke gezondheid van Israëliërs dendert achteruit
In dit artikel:
Tel Aviv, 11 maart 2026 — Terwijl Israëlische media een beeld van nationale eendracht en militaire triomf schilderen — met hoge steun voor premier Netanyahu en beelden van burgerlijke solidariteit — ligt er een andere, minder zichtbare werkelijkheid onder de oppervlakte. Dagelijkse luchtaanvallen door Iran en raketaanvallen vanuit Libanon door Hezbollah dwingen burgers voortdurend in veiligheid te schuilen; het militaire Home Front Command waarschuwt voor razendsnelle alarmen en de noodzaak binnen korte tijd een schuilplaats te bereiken.
In de praktijk beschikt ongeveer een derde van de bevolking niet over een schuilkelder in de directe omgeving. Mensen improviseren: tenten in parkeergarages, slapen onder bruggen of in trappenhuizen; kwetsbare ouderen blijven vaak alleen achter. Het toenemende gebruik van clustermunitie door aanvallers vergroot het gevaar in open ruimtes en maakt het verblijf buitenshuis steeds riskanter. Tegelijk zet de staat, ook om economische compensatie te vermijden, veel mensen aan het werk, waardoor zij tijdens alarmen op de openbare weg kunnen vastzitten.
De dagelijkse stress en onzekerheid vertalen zich in een forse verslechtering van de geestelijke gezondheid. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat één op de drie Israëliërs kampt met psychische klachten, waaronder PTSS. Het gebruik van slaapmedicatie is met 180 procent gestegen, en een onderzoek van het Myers-JDC-Brookdale Institute plaatste Israël op de kaart als het land met het hoogste verbruik van voorgeschreven opioïden wereldwijd. Scholen zijn gesloten, ouders worstelen met opvang en zorg, en de samenleving worstelt met rouw, angst en een groeiende afhankelijkheid van medicijnen.
Kort voor de verkiezingen toont het publieke debat vooral oorlogsroem, maar onder die façade groeit een langdurige traumabelasting die het sociale weefsel en de mentale veerkracht van veel Israëliërs onder druk zet.