De gans raakt door verschillend beleid provincies de kluts kwijt en laat zich maar moeilijk verjagen
In dit artikel:
Het provinciale beleid om ganzen van boerenland weg te houden werkt volgens nieuw onderzoek maar beperkt. Sovon en Altenburg & Wymenga concluderen in een rapport voor BIJ12 dat ganzen zich nauwelijks laten sturen naar de speciale foerageergebieden waar zij schade aan landbouw moeten voorkomen. Landelijk belandt slechts ongeveer 20 procent van de ganzen daar, terwijl Friesland, Gelderland en Zeeland nog het best scoren. Voor de grauwe gans, de meest voorkomende soort, is het effect nog kleiner: slechts circa 10 procent zit in zulke gebieden en dat aandeel daalt sinds 2024.
De onderzoekers zien geen aanwijzing dat ganzen het beleid echt leren herkennen. Volgens hen verschillen provincies te sterk in aanpak, aantallen dieren en handhaving, waardoor de verjaging vooral reactief en versnipperd blijft. Daardoor ontstaat geen duidelijke, blijvende prikkel voor de vogels om landbouwgrond te mijden. In negen provincies bestaan al sinds 2005 aangewezen opvanggebieden voor ganzen; grondeigenaren daar krijgen schadevergoeding, terwijl ganzen op agrarisch land worden verjaagd of soms afgeschoten.
De uitkomst sluit aan bij eerder onderzoek uit 2024 van de Universiteit Utrecht en Wageningen University & Research, dat bij brandganzen in Friesland al liet zien dat verjagen vaak weinig oplevert en het probleem regelmatig verplaatst naar andere percelen.
De Oranjezomer: Directeur ANWB Alarmcentrale adviseert toekomstige vakantiegangers: 'Dat is belangrijk!'