De frauduleuze geldmachine moest blijven draaien: hoe een voormalige Philipsdochter werd leeggeroofd

zondag, 19 april 2026 (18:02) - Het Parool

In dit artikel:

Het Nederlandse koplampenbedrijf Ultinon — bekend als Philips Ultinon en goed voor circa 20% van de wereldmarkt voor autoverlichting — is in maart failliet gegaan, maar achter het simpele faillissementsbericht blijkt een omvangrijke Amerikaanse fraudezaak. Ultinon (voorheen onderdeel van Lumileds/Philips) werd in mei 2024 verkocht aan het Amerikaanse conglomeraat First Brands en hernoemd tot Ultinon Motion. Kort daarna nam de cashflow sterk af: leveranciers werden niet betaald, productie stopte op plekken en toeleveranciers zoals Vitrite in Middelburg gingen failliet. Eind februari legde voormalig eigenaar Lumileds beslag op de Nederlandse bankrekening van Ultinon, waardoor het faillissement onvermijdelijk werd.

Onderzoek in de VS onthult dat First Brands al langer financieel ongezond was en zich sinds september 2025 in een chapter 11-procedure bevindt. Schuldeisers claimen tussen de 11 en mogelijk zelfs 50 miljard dollar; First Brands zou nog maar enkele miljoenen dollars liquide hebben. De FBI arresteerde in januari de oprichterbroers Patrick en Edward James op verdenkingen van bankfraude, witwassen en het leiden van een criminele organisatie. Amerikaanse aanklagers beschrijven een systematisch bedrog dat minstens acht jaar duurde: gefingeerde orders, vervalste facturen, ‘roundtrips’ waarbij voorraden op papier aan schijnbaar onafhankelijke bedrijven werden verkocht die in werkelijkheid door de top werden gecontroleerd, en meervoudig onderpand voor leningen. Volgens justitie leverde dit construct minstens 2,3 miljard dollar op; Patrick James zou zichzelf voor honderden miljoenen hebben verrijkt.

Voor Ultinon had dat directe gevolgen: volgens de onafhankelijk benoemde bestuurder Jame Donath zijn uit de bedrijfsactiviteiten tientallen miljoenen dollars onttrokken zonder dat daar waarde tegenover stond. Amerikaanse rechtbankdocumenten laten zien dat Ultinon een reeks schuldeisers achterlaat; de grootste bekende vordering is die van Banco Santander (ongeveer 121 miljoen euro). Lumileds eist ruim 19,2 miljoen dollar en Philips nog circa 450.000 dollar voor merkrechten. Door de chapter 11-procedure liggen betalingen echter stil en de liquide middelen van Ultinon bedragen volgens de curator nog maar circa 3,4 miljoen dollar.

In Nederland probeert curator Jelmer Feenstra wat veiligheid te bieden: de Nederlandse verkoopactiviteiten van Ultinon zijn aangewezen en verkocht aan de Duitse curator die werkt aan een onafhankelijke doorstart van de fabriek in Aken (270 werknemers). Verder is hij gebonden aan de lopende onderzoeken in de VS en onthoudt hij zich van een definitief oordeel, al bestaat het vermoeden van onbehoorlijk bestuur — onder meer omdat Ultinon sinds de overname in 2024 geen jaarrekeningen produceerde.

De zaak laat zien hoe een gerenommeerd merk en belangrijke schakel in de Europese auto-onderdelenketen kwetsbaar werden voor financiële malversaties in een verre moedermaatschappij. Mogelijke civiele en strafrechtelijke vorderingen worden voorbereid: de Amerikaanse faillissementsbestuurder beschuldigt Patrick James ervan tot circa 700 miljoen dollar aan bedrijfsactiva weg te sluizen; de broers ontkennen. Indien schuldig bevonden, bedreigen Patrick en Edward James zeer lange gevangenisstraffen.

Korte achtergrond: Ultinon stamt uit Philips/Agilent-activiteiten voor LED-licht; na diverse verkopen en herstructureringen viel de autofabriekslijn onder Lumileds en later deels onder private investeerders en First Brands. Wat aanvankelijk een strategische overname leek, veranderde in een geval waarin georganiseerde financiële manipulatie de bedrijfsvoering en honderden banen in Europa schaadde.