De foto's van Martin Parr in Foam tonen de overdaad én oppervlakkigheid van de moderne maatschappij
In dit artikel:
Martin Parr (1952–2025) wordt in Foam geëerd met “Very Modern and Rather Ugly”, een ingetogen maar veelzijdig eerbetoon aan de Britse fotograaf die beroemd werd om zijn felgekleurde, flitsende beelden van toerisme en consumptie. De expositie — geen volledig retrospectief maar een spontaan samengestelde hulde sinds zijn overlijden in december vorig jaar — toont zowel zijn vroege zwart‑witwerk als het later zo herkenbare kleurengamma, en belicht zijn rollen als maker, reiziger, verzamelaar en pleitbezorger van het fotoboek. De tentoonstelling is te zien tot 12/8.
Parrs vroege periode in de jaren zeventig, gefotografeerd binnen de Britse documentairetraditie, krijgt ruim aandacht. Series als The Non‑Conformists (1975–1980), gemaakt in en rond het dorp Hebden Bridge, tonen rituelen, kerkdiensten en het alledaagse leven binnen een orthodoxe gemeenschap. Die beelden zijn rustig, observerend en bouwden de basis van zijn blik: afstand en betrokkenheid tegelijk, oog voor het absurde in het gewone (zoals de man op een ladder die lijkt te zweven).
Eind jaren zeventig schakelde Parr over naar kleur — een breuk met de heersende opvatting dat zwart‑wit “serieuzer” was. Met The Last Resort (1983–1985), gefotografeerd in New Brighton bij Liverpool, maakte hij een iconische serie waarin kitsch, verveling en verval in felle kleuren en hard flitslicht worden voorgeschoteld. Typische Parr‑taferelen: verbrande toeristen, plastic ijsjes, overvolle borden en miljö’s waarin lelijkheid en humor samensmelten, waardoor de toeschouwer zowel geamuseerd als ongemakkelijk wordt.
In de jaren negentig verbreedde hij zijn blik in projecten als Common Sense, waarin hij consumptiepatronen wereldwijd documenteerde — van junkfood tot souvenirs en zichtbare materialiteit: huid, vet, plastic. Door close‑ups en het weglaten van context ontstaan fragmenten van een consumptiemaatschappij die tegelijk grappig en kritisch zijn.
Parr spaarde zichzelf niet: zijn reeks zelfportretten, gemaakt in fotohokjes, studio’s of toeristische settings, is vaak komisch en scherp observerend (onder meer foto’s met een virtuele Messi in Camp Nou en een portret met Vladimir Poetin in judopak). Verder speelde hij een sleutelrol in de erkenning van het fotoboek als kunstvorm: hij publiceerde meer dan 150 titels, verzamelde talrijke boeken en werkte met Gerry Badger aan een omvangrijke geschiedenis van het medium. Foam reserveert hiervoor ook een plek waar bezoekers boeken kunnen doorbladeren.
Kortom: de tentoonstelling toont Parrs evolutie van ingetogen zwart‑witdocumentaire naar confronterende kleuren‑satire, zijn liefde voor het alledaagse en zijn invloedrijke inzet voor het fotoboek. Het portretteert hem als de ironische, soms genadeloze waarnemer van moderne overdaad.