De Filippijnse liefde voor de VS is bekoeld: 'Trump is een bully'
In dit artikel:
Langs de Magsaysay Drive in Olongapo zijn resten van de Amerikaanse aanwezigheid nog zichtbaar: veteranen, marineschepen in de baai en de toeristische cultuur rond de voormalige bases. Subic Bay was decennialang de grootste Amerikaanse marinebasis buiten de VS en bepaalde lang het economische en sociale leven van de stad. Die erfenis is dubbel: voor sommige gepensioneerde militairen betekende de Filippijnen een nieuw thuis, voor veel lokale vrouwen en kinderen bracht de aanwezigheid ook armoede, uitbuiting en een generatie ‘Amerasians’ voort.
Historisch kader: na de Amerikaanse overname rond 1901 en formele onafhankelijkheid in 1946 bleef Washington dominant in Manilla. In 1951 sloten de landen een wederzijdse defensieovereenkomst; in 1992 sloot het Filipijnse parlement de permanente bases, waarna een systeem van roulerende Amerikaanse troepen en materialen op Filipijnse posten werd ingevoerd. Toch varen Amerikaanse schepen nog geregeld en staan er plannen om militair materieel en munitieopslag dit jaar uit te breiden.
De lokale ervaringen zijn tegenstrijdig. Veteraan Jack Walker typeert zijn tijd in Subic als zijn beste jaren en woont er met een veel jongere Filippijnse echtgenote; hij prijst het Amerikaanse optreden. Tegelijk vertellen vrouwen zoals Alma Bulawan, die voor belangenorganisatie Buklod werkt, over dwang en armoede: jonge serveersters kregen druk van bazen om met soldaten mee te gaan, en veel kinderen van Amerikaanse militairen groeiden in zware omstandigheden op. Organisaties helpen nu met DNA-zoeken en procedures zodat nakomelingen soms Amerikaans burgerschap kunnen krijgen.
Op geopolitiek niveau worstelen de Filippijnen met afhankelijkheid en onvrede. De Filipijnse rechtszaak bij het Permanente Hof van Arbitrage leidde in 2016 tot een uitspraak die de Chinese claims op grote delen van de Zuid-Chinese Zee verwierp, maar China negeerde het vonnis en militariseerde opgespoten eilanden. Voor kustgemeenschappen zoals Olongapo voelde dat acute gevolgen: vissers moesten volgens ex-burgemeester Rolen Paulino soms toestemming vragen aan Chinezen om te varen in traditionele wateren.
De Amerikaanse inzet voor de Filipijnen blijft belangrijk als tegengewicht tegen China, maar Trumps buitenlandse acties — zoals militaire ingrepen elders — roepen twijfels op over de betrouwbaarheid van Washington. Sommige senatoren noemden recent Amerikaans optreden in andere regio’s als een aantasting van het internationale recht, en beleidsmakers vragen zich af of de VS nog altijd de beste partner zijn. Tegelijk ziet Paulino pragmatisme als enige optie: open handelsbetrekkingen met China en vermijden van directe confrontatie, omdat de Filipijnen militair onderbemand zijn tegenover de Chinese vloot.
Dat reflecteert in verschillende visies binnen de Filipijnse elite. Clarita Carlos, voormalig veiligheidsadviseur, pleit voor strategische autonomie: geen blinde leiband naar de VS, geen keuze tussen grootmachten, maar economische diversificatie en het vermijden van permanente militaire allianties. Zij kritiseert wat zij ziet als Amerikaanse hypocrisie rond Taiwan — volgens haar draait het in wezen om technologische belangen (halfgeleiders), niet om altruïstische steun. Carlos stelde ook voor om gedeelten van opgespoten eilanden als beschermd gebied te beheren om koraalriffen te sparen; ze zegt bij China bereidheid tot overleg te hebben gevonden.
Het leger en zijn woordvoerders wijzen juist op het belang van militaire partnerschappen. Marineofficier Roy Trinidad weigert ook maar een centimeter Filippijns territorium op te geven en ziet samenwerking met westerse en Aziatische partners (VS, Canada, Japan, Frankrijk) als essentieel om de internationale rechtsorde te verdedigen. Voor hem wegen de praktische veiligheidsvoordelen zwaarder dan politieke kritiek op Amerikaanse acties elders.
President Ferdinand Marcos jr. zoekt een middenweg: ondanks kritiek op Amerikaanse onvoorspelbaarheid heeft zijn regering gesprekken met China heropend en spreekt hij over gezamenlijke projecten, zoals olie-exploratie op het Reed Bank-gebied in Filipijnse wateren. Tegelijk blijven de menselijke en maatschappelijke consequenties van de Amerikaanse aanwezigheid zichtbaar: officieel wonen er tienduizenden Amerikaanse veteranen in de Filipijnen en zijn er naar schatting honderden duizenden kinderen met een Amerikaanse vader.
De kernvraag voor de Filipijnen blijft dezelfde: hoe waarborgen ze hun soevereiniteit en economische belangen in een regio waar twee grootmachten concurreren, terwijl ze tegelijkertijd de sociale erfenis van een eeuw Amerikaanse invloed dragen? Voorstanders van autonomie willen diplomatie en handel met China inzetten om spanningen te verminderen; tegenstanders vrezen dat dat terreinverlies kan betekenen en blijven inzetten op militaire partnerschappen om de eigen wateren te verdedigen.