De EU is een 'digitale kolonie van de VS'. Deze Italiaanse probeert dat te veranderen, met enig succes
In dit artikel:
Cristina Caffarra staat centraal in een nieuwe Europese campagne voor digitale soevereiniteit. Op 29 januari, kort na de inauguratie van Donald Trump voor een tweede termijn, organiseerde zij in Brussel een sprekersdiner voorafgaand aan haar jaarlijkse conferentie rond het thema digitale onafhankelijkheid. De hernieuwde scherpte in Amerika — politici en techbazen die Europese techregulering bestempelen als onrechtmatige belasting van Amerikaanse bedrijven — heeft volgens haar en haar bondgenoten de urgentie vergroot: Europa is te afhankelijk van Amerikaanse hyperscalers als Microsoft, Google en Amazon.
Caffarra, samen met econoom Francesca Bria en Meredith Wittaker (Signal), lanceerde in september 2024 in het Europees Parlement de bijeenkomst “Toward European Digital Independence” en introduceerde de term EuroStack. Met die metafoor bedoelen ze dat digitale infrastructuur uit meerdere lagen bestaat — van onderzeese kabels en datacenters tot chips en applicaties — en dat Europa op al die niveaus serieuze spelers nodig heeft. De kernstrategie is vraagcreatie: overheden zouden bijvoorbeeld structureel 20–30% van hun ict‑inkopen Europees moeten aanbesteden om een markt voor alternatieven te stimuleren.
De beweging bestaat vooral uit ondernemers, juristen, academici en enkele beleidsmensen die elkaar eerst via Signal en LinkedIn mobiliseerden en daarna fysiek ontmoetten, onder meer bij het diner in Museum Bellevue en later tijdens bijeenkomsten in Milaan en München. Frank Karlitschek van NextCloud geldt als technisch gezicht: zijn bedrijf levert Europese, opensource kantoorsoftware en fungeert als voorbeeld van wat er wél bestaat, maar ook van de grenzen daarvan. NextCloud kan functies als document‑samenwerking en videobellen aanbieden, maar is geen volledige hyperscaler met één geïntegreerd aanbod van cloud, specialistische bedrijfstoepassingen en schaalcapaciteit. Dat illustreert een van de belangrijkste problemen: de Europese industrie is versnipperd, waardoor kopers vaak met veel kleine leveranciers moeten schakelen en oplossingen technisch niet altijd naadloos samengaan.
Politiek heeft EuroStack zichtbaar grip gekregen op het debat. Een rapport onder leiding van Bria kreeg in juni brede steun in het Europees Parlement; EuroStack-ideeën vonden hun weg naar het Duitse coalitieakkoord; en op 18 november hielden Emmanuel Macron en bondskanselier Friedrich Merz een top in Berlijn over digitale soevereiniteit, met honderden gasten uit 23 lidstaten. Tegelijkertijd veroordeelde de lobby van Amerikaanse techbedrijven, de Chamber of Progress, het plan door te berekenen dat vervanging van Amerikaanse diensten Europa astronomisch zou kosten — een lek dat EuroStack-activisten juist als bewijs zagen dat hun voorstel effect sorteert.
Toch rijzen grote praktische bezwaren. Amerikaanse bedrijven zetten in op “sovereignty washing”: ze promoten Europese datacenters of extra lokale bestuurslagen terwijl eigendom en controle grotendeels Amerikaans blijven. Veel overheden blijven sowieso terughoudend in echte overstap: voorbeeldprojecten bestaan (deelstaat Schleswig‑Holstein, enkele ministeries in Oostenrijk en Frankrijk), maar grote organisaties zoals de Nederlandse Belastingdienst zetten juist migraties naar Microsoft voort. Aankooppraktijken blijken institutioneel weerbarstig; inkoopafdelingen blijven vaak kopen wat vertrouwd is, onafhankelijk van politieke ambities.
EuroStack evolueerde dit jaar van een losse beweging naar een formele stichting (november, Berlijn) met Caffarra als voorzitter en Karlitschek in het bestuur. Het doel is van lobby naar concrete bouw- en financieringsinitiatieven: eerst “Buy European”, later ook “Sell European” en inmiddels “Fund European”, waarbij nieuwe techfondsen en vermogende families als potentiële geldschieters worden genoemd. NextCloud organiseert presentaties en evenementen om zichtbaarheid en adoptie te vergroten; zaalreserveringen lopen vol, wat wijst op publieke interesse.
Kritische geluiden blijven hoorbaar. Ict‑expert Bert Hubert, aanvankelijk actief binnen EuroStack, concludeert dat de beweging voor een lastige paradox staat: klanten (overheden en bedrijven) willen in veel gevallen niet echt veranderen, en veel Europese leveranciers willen of kunnen niet het complete, geïntegreerde aanbod leveren dat hyperscalers wel bieden. Hubert verlaat uiteindelijk de Signal-groep uit teleurstelling. Ook Karlitschek waarschuwt dat het risico bestaat dat het politieke debat te breed wordt en de focus verloren gaat.
Kort samengevat: EuroStack heeft het thema digitale autonomie prominent op de Europese agenda gezet en duidelijk gemaakt dat publieke aansturing en vraagcreatie sleutelinstrumenten zijn om een Europese stack te laten ontstaan. Tegelijkertijd onderstreept de praktijk de zware opgave: gefragmenteerde industrie, institutionele inkoopinertie en commerciële tegenstrategieën van Amerikaanse leveranciers maken het verwezenlijken van een volwaardig Europees alternatief tot een lang en complex proces dat zowel politiek leiderschap als forse investeringen en technische samenwerking vergt.