De EU heeft de macht van nationale regeringen overgenomen - deel I

dinsdag, 9 juni 2026 (08:19) - Indepen

In dit artikel:

Critici voeren aan dat de Europese Unie in de loop van decennia stapsgewijs bevoegdheden van nationale parlementen en regeringen heeft overgenomen — vaak in kleine, technische besluiten waardoor veel burgers het nauwelijks opmerkten. Een reeks mijlpalen illustreert die verschuiving.

Het Verdrag van Maastricht (1993) markeerde de omslag van de economische Europese Gemeenschap naar een breder geïntegreerde EU: invoering van Europees burgerschap, de voorbereiding van de Economische en Monetaire Unie, plannen voor een gemeenschappelijke munt en meer centrale coördinatie van buitenlands beleid en justitie. Voor eurolanden betekende dit dat nationale banken hun monetaire autonomie — bijvoorbeeld rentezetting en devaluatie — grotendeels verloren, en dat economische bevoegdheden en financiële herverdeling naar Brussel verschoof.

Een volgende stap was de poging tot een Europese Grondwet, die bestaande verdragen wilde vereenvoudigen en de centrale bevoegdheden van de EU explicieter vastlegde. Die grondwet werd in 2005 in referenda in Nederland (61,5% tegen) en Frankrijk (54,7% tegen) verworpen. Toch leidde het afwijzen niet tot blijvende terugkeer van bevoegdheden: het Verdrag van Lissabon (2009) nam vrijwel dezelfde bepalingen over — volgens analyse van de denktank Open Europe viel 96% van de tekst samen — en voerde onder andere gekwalificeerde meerderheid bij besluitvorming, een vaste voorzitter van de Europese Raad en meer macht naar EU-instellingen.

De financiële crisis van 2008 en de daaropvolgende eurocrisis boden Brussel extra mogelijkheden om invloed te centraliseren. Met instrumenten als het sixpack, twopack en het Fiscal Compact werd het toezicht op nationale begrotingen aangescherpt. De Europese Commissie kreeg het recht om rijksbegrotingen te beoordelen en zelfs wijzigingen voor te stellen; economische governance werd meer in Brussel gecoordineerd. Sinds 2010 verplicht het Europees Semester lidstaten niet alleen hun begrotingen, maar ook andere sociaal-economische plannen aan Brussel voor te leggen.

Een concreet voorbeeld van deze invloed is de druk op Nederland vanaf 2017 rondom het grote aantal zzp’ers en flexwerkers. De Commissie meent dat veel zelfstandigen risico’s vormen voor sociale zekerheid, pensioenen en belastinginkomsten en adviseert maatregelen die zelfstandig ondernemerschap financieel onaantrekkelijker maken (vermindering van aftrekposten, afbouw van zelfstandigenaftrek, verplichte verzekeringen). Bij uitblijvende nationale opvolging kan de druk ook via financiële prikkels of sancties plaatsvinden — bijvoorbeeld door voorwaarden te koppelen aan EU-fondsen.

De kern van het betoog is dat deze machtsverschuiving vooral geleidelijk en technisch verliep, waardoor brede publieke bewustwording uitbleef. De tekst belooft een vervolg met een beschrijving van verdere stappen sinds het aantreden van Ursula von der Leyen, waarin volgens de auteur de centralisering nog verder is gegaan.