De eerste computerprogrammeur aller tijden was: Ada Lovelace (1815-1852)

dinsdag, 3 november 2026 (10:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Ada Lovelace (1815-1852) geldt als de eerste computerprogrammeur. Een eeuw voordat de moderne computer werd gebouwd, voorzag zij al hoe een universele, herprogrammeerbare machine zou kunnen werken. Haar verhaal laat volgens het artikel niet alleen een uitzonderlijk wetenschappelijk talent zien, maar ook hoe vrouwen uit de geschiedenis en de ontwikkeling van de informatica zijn verdrongen.

Lovelace was de dochter van de Engelse dichter Lord Byron en de wiskundig geschoolde Annabella Milbanke. Haar moeder probeerde haar poëtische en impulsieve aard in te dammen met een streng onderwijsprogramma, maar Lovelace bleef wetenschap en verbeelding combineren. Als kind ontwierp ze bijvoorbeeld een vliegmachine en legde ze haar ideeën vast in een eigen gids. Ondanks ernstige gezondheidsproblemen, waaronder een langdurige verlamming na een mazelenaanval, ontwikkelde ze zich tot een veelzijdige en ambitieuze denker.

Op haar achttiende ontmoette ze de wiskundige Charles Babbage, die werkte aan de Difference Engine, een mechanische rekenmachine. Babbage ontwierp later de veel geavanceerdere Analytical Engine. Die machine zou, als ze was gebouwd, met ponskaarten verschillende opdrachten kunnen uitvoeren, resultaten kunnen opslaan en opnieuw gebruiken. Daarmee was ze een belangrijke voorloper van de moderne computer.

Lovelace begreep de betekenis van Babbages ontwerp beter dan de meeste tijdgenoten. In 1842 vertaalde ze een Franstalige beschrijving van de Analytical Engine en voegde ze uitgebreide eigen aantekeningen toe. Die notes werden veel langer dan de vertaling. Ze stelde daarin dat de machine niet alleen getallen kon verwerken, maar alles wat in symbolen kon worden uitgedrukt, bijvoorbeeld muziek. Ook onderscheidde ze in feite hardware en software en beschreef ze een algoritme voor het berekenen van Bernoulli-getallen. Daarbij werkte ze concepten uit die nu bekendstaan als subroutines en recursieve lussen.

Tegelijk waarschuwde Lovelace voor overdreven verwachtingen. De machine kon volgens haar alleen uitvoeren wat mensen haar opdroegen en zou niet zelfstandig iets nieuws voortbrengen. Haar ideeën werden een eeuw later door Alan Turing aangehaald in zijn discussie over kunstmatige intelligentie, maar Turing werd veel bekender dan Lovelace.

Na Lovelaces overlijden aan baarmoederhalskanker, op 36-jarige leeftijd, duurde het ongeveer honderd jaar voordat haar visie werkelijkheid werd. De ENIAC, die in 1946 werd ontwikkeld, was de eerste grote elektronische computer. De hardware werd vooral door mannen gebouwd, terwijl vrouwelijke programmeurs de machine met kabels instelden en ervoor zorgden dat ze opdrachten kon uitvoeren. Hun pionierswerk werd bij de publieke presentatie nauwelijks erkend.

Ook later speelden vrouwen een belangrijke rol. Grace Hopper schreef een van de eerste programmeerhandleidingen, ontwikkelde gebruiksvriendelijke programmeertalen en zag vroeg dat de waarde van computers vooral in software en programmeren zou komen te liggen. In de jaren vijftig en zestig was ongeveer een kwart van de programmeurs vrouw. Dat veranderde vanaf de jaren zeventig, toen programmeren meer aanzien en betere salarissen kreeg en het beroep een uitgesproken mannelijk imago ontwikkelde.

De komst van de personal computer versterkte die ontwikkeling. Jongens kregen thuis vaker toegang tot computers dan meisjes en werden door vaders vaker aangemoedigd om ermee te experimenteren. Het aandeel vrouwen in Amerikaanse informaticaopleidingen daalde daardoor van ruim 37 procent in 1983-1984 naar iets meer dan 17 procent in 2010. Ondertussen raakte ook het vroege werk van vrouwelijke programmeurs uit het collectieve geheugen; Lovelace werd zelfs afgeschilderd als iemand die haar eigen werk niet had begrepen.

Het artikel plaatst deze geschiedenis tegenover de hedendaagse techwereld, waarin mannen nog steeds de meeste programma’s, platforms en bedrijven bouwen. Zelfs vrouwelijke AI-assistenten kregen aanvankelijk namen en eigenschappen die aansloten bij het stereotype van de onderdanige, geduldige secretaresse. Volgens de auteur is het daarom noodzakelijk de bijdragen van Lovelace, de ENIAC-programmeurs en andere vrouwen zichtbaar te maken. Zij moeten niet alleen historisch worden erkend, maar ook opnieuw een centrale rol krijgen in de ontwikkeling van digitale technologie en AI.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Rob Jetten over belastingplan: 'Kiezen echt voor vooruitgang voor mensen en bedrijven'