De échte reden dat jouw paaseitje dit jaar anderhalf keer duurder is

zaterdag, 4 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

In 2023 en 2024 werden cacaoproducerende regio’s in West-Afrika — vooral Ivoorkust en Ghana — hard getroffen door een samenloop van factoren: extreme regenval en hitte, uitbraken van ziekten zoals swollen shoot en black pod, en jarenlange onderinvestering in verouderde plantages. Omdat meer dan 70% van de wereldwijde cacao uit die regio komt, leidde dit tot een forse verstoring op de wereldmarkt en een scherpe prijsexplosie. De prijs van cacao op de termijnmarkt in New York steeg van ongeveer 2.500 dollar begin 2023 naar ruim 12.000 dollar in april 2024, een toename van bijna 500%. Tegelijk gingen chocoladeproducten in prijs omhoog — volgens de Rabobank steeg de prijs met ongeveer 50% — en droeg dat bij aan inflatie.

Follow the Money belicht hoe de schokgolven over de keten verschillend uitpakten: grote handelshuizen en chocolademultinationals wisten hun marges en winsten te beschermen of zelfs te vergroten, terwijl boeren en kleinere, duurzame producenten zwaar te lijden hadden. Handelshuizen als Cargill en Barry Callebaut kochten sinds 2020 het overgrote deel van de scheepsladingen uit Ivoorkust en Ghana en benutten uitgebreide marktinformatie — eigen weerstations, lokale tellingen van vruchten (“pod counters”) en investeringen in data — om productie en risico’s te beheren. Daarmee konden ze beter anticiperen op de misoogsten en kansen benutten. Cargill Nederland rapporteerde in 2024 een historisch hoog nettoresultaat (876 miljoen euro); Barry Callebaut bleef winst maken (ongeveer 275 miljoen euro).

Tegelijkertijd hadden boeren weinig profijt van de hoge wereldprijzen. Een belangrijke reden is de rol van termijnmarkten en het prijszettingsmechanisme: internationale referentieprijzen worden verhandeld in financiële centra als Londen en New York en beschermen kopers tegen prijsschommelingen, maar garanderen niet dat boeren hun kosten dekken. In Ivoorkust en Ghana wordt bovendien jaarlijks in oktober een vaste ‘farmgate price’ vastgesteld door de staat. Dat systeem werkt in stabiele perioden, maar faalt bij snelle prijsschommelingen — overheden reageren vaak te laat of zetten de prijs verkeerd, zodat boeren bij pieken alsnog weinig overhouden en bij dalingen hun marktpositie verliezen.

De prijspiek van 2024 trok ook speculanten aan: volgens de Financial Times zetten bepaalde beleggingsfondsen miljarden in op een verdere stijging en verkochten hun posities vlak voor de top, wat de beweging zou hebben versterkt. Voor kleinere Europese chocolatiers leidde de volatiliteit tot acute cashproblemen; sommige kleinschalige bedrijven (zoals Pacha de Cacao) stopten omdat marges wegsmolten en klanten niet meer hogere prijzen accepteerden. Tony’s Chocolonely zag omzet stijgen maar leed toch miljoenenverlies.

Toen de prijzen daarna weer daalden, zette dat lokale overheden opnieuw in verlegenheid: in sommige gevallen bleef de door de staat vastgestelde prijs te hoog, waardoor cacao uit Ghana en Ivoorkust onconcurrerend werd en overschotten ontstonden. De uitkomst: boeren bleven kwetsbaar, vaak arm, terwijl grotere spelers en sommige beleggers konden profiteren van prijsbewegingen en hun informatievoorsprong.

Analisten en betrokkenen wijzen op structurele ongelijkheden in de keten: informatie- en kapitaalongelijkheid, zwakke vertegenwoordiging van boeren door overheden en een marktsysteem dat risico’s vooral bij producenten legt. De reportage benadrukt dat de huidige crisis niet alleen een gevolg is van klimaat en ziekten, maar ook van handelspraktijken, beleidskeuzes en speculatieve stromen die de lasten onevenredig bij kleinschalige cacaoboeren laten.