De Duitse millennial-literatuur plaatst de DDR niet meer in gezellig ouderwets daglicht
In dit artikel:
Een nieuwe generatie Duitstalige schrijvers onderzoekt hoe de DDR en de gevolgen van de Duitse hereniging doorwerken in families, identiteiten en het huidige maatschappelijke debat. Het gaat om auteurs die vlak voor of na de val van de Berlijnse Muur in 1989 zijn geboren. Zij hebben de DDR niet of slechts als kind meegemaakt en baseren zich daarom vooral op familieverhalen, stiltes en overgeleverde trauma’s. Daarmee ontstaat mogelijk een derde golf van Oost-Duitse literatuur.
De eerste generatie werd gevormd door auteurs als Christa Wolf, Monika Maron en Brigitte Reimann, die de dictatuur zelf beleefden en met censuur en vervolging te maken kregen. Na 1989 schreven auteurs als Jenny Erpenbeck, Ingo Schulze, Lutz Seiler en Julia Franck vanuit hun ervaringen met de DDR, maar in een vrijer politiek klimaat. De huidige millennial-auteurs kijken op indirectere wijze terug: zij onderzoeken vooral hoe het verleden in familierelaties, gedrag en maatschappelijke verhoudingen blijft voortbestaan.
Charlotte Gneuss’ roman Gittersee (2023) is daarvan een duidelijk voorbeeld. De zestienjarige Karin woont in Dresden en probeert zich staande te houden in een gezin dat uiteenvalt. Haar vader drinkt, haar moeder vertrekt en Karin zorgt voor haar jongere zusje. Tegelijkertijd wordt ze op school voortdurend geconfronteerd met de officiële DDR-ideologie. Wanneer haar vriend Paul plotseling verdwijnt omdat hij de republiek probeert te ontvluchten, wordt Karin benaderd en bespied door Stasi-agent Wickwalz. Hij probeert haar onzekerheid en loyaliteit te benutten. Gneuss laat zo zien hoe staatscontrole tot in intieme relaties en het dagelijks leven doordringt. De roman is gebaseerd op het DDR-verleden van Gneuss’ ouders.
Anne Rabe onderzoekt in Die Möglichkeit von Glück eveneens de erfenis van de DDR, maar richt zich sterker op geweld binnen families. Hoofdpersoon Stine groeit op in een gezin dat trouw blijft aan het socialistische systeem, terwijl mishandeling, seksueel geweld en politieke intimidatie worden verzwegen of gebagatelliseerd. Ook na de val van de Muur blijft dat zwijgen bestaan. Rabe gebruikt autofictie, archiefonderzoek en essayistische passages om te laten zien hoe een totalitair systeem generaties later nog zichtbaar is in familiepatronen. Haar boek werd in Duitsland gezien als een tegenwicht tegen Ostalgie, de nostalgische herinnering aan het alledaagse leven in de DDR zonder een kritische blik op de dictatuur.
Andere auteurs verbreden het perspectief. Olivia Wenzel onderzoekt in 1000 kronkelwegen angst haar Oost-Duitse familiegeschiedenis, racisme en meervoudige identiteit als dochter van een Angolese vader en Duitse moeder. Sasha Marianna Salzmann verbindt in Alles moet mooi zijn aan de mens de geschiedenis van de Sovjet-Unie, migratie en het naoorlogse Oost-Duitsland. Vanuit het perspectief van Russisch-Oekraïense vrouwen en hun dochters beschrijft Salzmann hoe ontheemding en historische verliezen over generaties worden doorgegeven.
De belangstelling voor deze literatuur groeit tegen de achtergrond van nieuwe spanningen in Oost-Duitsland, zoals armoede en de populariteit van de AfD. Uit onderzoek blijkt dat bijna zeventig procent van de na de hereniging opgegroeide Oost-Duitsers vindt dat hun afkomst nog steeds invloed heeft op het dagelijks leven; één op de vijf identificeert zich expliciet als Oost-Duits. De besproken romans verzetten zich daarom tegen het idee dat de kloof tussen Oost en West verdwenen is. Ze geven geen eenduidig beeld van de DDR, maar stellen vragen over schuld, slachtofferschap, familieverantwoordelijkheid en de manier waarop samenlevingen hun verleden herinneren. Zo wordt literatuur een middel om het verleden niet af te sluiten, maar opnieuw tegen het heden te houden.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie