De dood van de 96-jarige filosoof stemt me steeds verdrietiger I column Maaike Borst
In dit artikel:
Columnist Maaike Borst beschrijft hoe het nieuws over het overlijden van filosoof Jürgen Habermas haar huiselijke quarantaine van studeren met haar 17-jarige zoon onderbreekt. De zoon, een havoleerling, reageert laconiek en vindt filosofische vraagstukken — of de mens ziel of lichaam is, of we dier dan wel cyborg zijn, en of we vrij zijn onszelf te worden — abstract en onbruikbaar naast zijn vermoeid brein en examendruk. Vaag begrippenkader uit de les, zoals substantiedualisme en existentialisme, maakt het voor hem alleen maar lastiger.
Borst probeert uit te leggen dat ideeën over de mens concreet bepalen hoe samenlevingen en instituties worden ingericht, maar haar argumenten stranden in het moeilijke vakjargon van de lesstof. Habermas zelf, die ze aanvankelijk alleen van naam kent, blijkt in necrologieën naar voren te komen als iemand die zijn leven wijdde aan het bewaren van democratie en rechtsstaat — onder meer door te benadrukken dat rationele communicatie burgers tegen autoritaire en populistische impulsen kan beschermen. Dat perspectief resoneert extra omdat Habermas de Tweede Wereldoorlog meemaakte en waakzaamheid predikte.
De column verbindt ook hedendaagse vragen over technologie: de zoon vindt AI eng en zou het liefst verbieden wat “te echt” lijkt, maar toont tegelijk nieuwsgierigheid wanneer zijn vader voorstelt dat ChatGPT de filosofie misschien simpeler kan uitleggen. Borst noteert dat er zelfs experimenten zijn met een zogenoemde ‘Habermas-machine’ — een taalmodel dat groepsconsensus kan formuleren — en reflecteert dat moderne technologieën Nietzsche-achtige noties van de onafgemaakte mens of machine nieuw leven kunnen inblazen.
Het stuk contrasteert de praktische onverschilligheid van een scholier met de maatschappelijke relevantie van filosofische denkers en plaatst Habermas’ nalatenschap in een tijdperk van digitale bemiddeling en politieke kwetsbaarheid.