De dominantie van China kondigde zich in de wetenschap al veel langer aan

maandag, 1 juni 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Johan Rockström en Inga Strümke (1 juni 2026) betogen dat wat velen als een plotselinge doorbraak van China zien, in werkelijkheid het resultaat is van decennialange, doelgerichte staatsplanning en wetenschappelijke opbouw. Waar beleggers en beleidsmakers vaak pas reageren wanneer nieuwe technologieën in producten zichtbaar worden, konden onderzoekers al langer signalen waarnemen: een stijging van wetenschappelijke publicaties en octrooien, gerichte opleiding van talent, grootschalige infrastructuurprojecten en opbouw van productiecapaciteit in strategische sectoren.

China investeert consequent in kennisinstellingen en fundamenteel onderzoek. Dat blijkt uit de positie van Chinese universiteiten in de wereldranglijsten en uit sterke groei van R&D-uitgaven: in 2023 stegen die volgens de OESO met 8,7 procent, boven het gemiddelde van rijke landen. De World Intellectual Property Organization ziet China als een van de meest innovatieve economieën, vooral op kennis- en technologieproductie. De auteurs benadrukken dat succesvolle producten, zoals geavanceerde Chinese taalmodellen, niet toevallig ontstaan maar voortkomen uit jarenlang opgebouwde onderzoeksvermogen — en dat zulke doorbraken financiële markten razendsnel kunnen verstoren (denk aan de koersreacties rond hardwareleveranciers toen een Chinees groot taalmodel opviel).

Energie is een cruciaal geopolitiek strijdtoneel: China heeft een leidende positie in zonne- en windenergie en accutechnologie. Alleen al in 2025 voegde het land meer dan 500 GW aan capaciteit toe, waarvan circa 80 procent afkomstig uit zon en wind; de netto-toename sinds 2021 overtreft zelfs de volledige elektriciteitscapaciteit van de Verenigde Staten. Die technologische voorsprong plaatst China in een gunstige positie om de energievoorziening van sterk elektrificerende sectoren en datacenters te verzorgen.

Tegelijkertijd signaleren de auteurs dat de Verenigde Staten recent op sommige fronten juist terugschakelen door weer meer op kolen, olie en gas te vertrouwen en sommige schone-energieprojecten te stoppen — een beleid dat kritiek oproept omdat het zowel klimaatdoelen als langetermijnconcurrentiekracht kan schaden. Rockström en Strümke benadrukken dat innovatie vaak efficiënter verloopt binnen wetenschappelijk vastgestelde grenzen, zoals het doel van anderhalve graad in het klimaatakkoord van Parijs.

China combineert openheid met een naar binnen gericht beleid: het heeft sterk geprofiteerd van wereldmarkten, buitenlandse investeringen en internationale kennis, maar zet nu expliciet in op technologische zelfredzaamheid, vooral in strategisch gevoelige sectoren. De vijfjarenplannen fungeren als coördinatie-instrumenten om financiering, onderwijs, overheidsaanbestedingen en industriële investeringen op elkaar af te stemmen; het vijftiende plan legt de nadruk op wetenschappelijke en technologische onafhankelijkheid. Volgens het Australische Strategic Policy Institute liep China tussen 2019 en 2023 voorop in 57 van de 64 gemeten sleuteltechnologieën — een enorme verschuiving ten opzichte van twee decennia eerder.

Kortom: de Chinese opmars is geen toeval maar het gevolg van een coherente, langetermijnstrategie die wetenschap, industrie en energiepolitiek verweeft. Terwijl de rest van de wereld vaak op korte termijn reageert, versnelt China in hoog tempo en bouwt het een duurzame technologische voorsprong op — een ontwikkeling met verstrekkende politieke, economische en klimaatgevolgen.