'De dichter en de duivel', het boek waarmee Lieke Marsman afscheid neemt van het leven, barst uit zijn voegen van de vitaliteit

maandag, 8 juni 2026 (17:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Een week na het overlijden van Lieke Marsman verschijnt er toch nieuw werk van haar: De dichter en de duivel, in de rubriek literaire fictie. Het is geen dichtbundel maar een ongrijpbaar, energiek prozawerk dat tegelijk satire, pamflet en roadmovie door het Nederlandse publieke leven is. Marsman gebruikt de vorm van Dante’s goddelijke komedie als vertrekpunt, maar verlegt het toneel naar een hedendaags, Nederlands onderwerelds landschap — het zogeheten Onder‑Nederland — waar reclame, media, politiek en marktdruk als zonden en straffen meespelen.

Het boek opent op een ogenschijnlijk alledaagse dinsdag in november, wanneer de ik‑figuur haar laptop dichtklapt en naar haar voorraad chips zoekt; die alledaagse handeling markeert de sprong naar een tocht door diverse ringen van de onderwereld. In plaats van Vergilius en Beatrice krijgt de dichter twee onconventionele begeleiders: eerste Dick Schoof, daarna Gerrit Zalm. Samen navigeren ze langs groteske taferelen die in snel tempo aanklagen hoe commerciële macht, mediacultuur en individualisme de samenleving vervormen. De hemel en het vagevuur blijven grotendeels buiten beeld; Marsman richt haar pijlen op de hel van het hier en nu.

Kenmerkend voor het boek zijn de razendsnelle overgangen, bijtende humor en onverholen woede. Marsman zet talloze publieke figuren en actuele merk‑ en mediaconsumpties in cameo’s en scènes — van presentatoren en opiniemakers tot influencers en merken — om te laten zien hoe alledaagse cultuurproductie en politieke retoriek met elkaar vervlochten zijn. Enkele episoden worden als ludieke bokswedstrijden uitgewerkt, waarin het medialandschap als arena fungeert en waar echte uitspraken en retoriek ontluisterend zichtbaar worden. De kritiek spitst zich toe op het verkavelen van aandacht, de verkaveling van zorg en het lege klanken van hedendaagse politieke taal.

Tegelijk is het boek doorspekt met Marsmans bekende ingrediënten: scherpe observaties, taalhumor, melancholie en een hardnekkige levenslust. De toon wisselt — van kolder en parodie tot rauwe activistische klaagzangen over xenofobie, oorlog, machtsmisbruik en schandalen — maar eindigt niet in pure wanhoop. In de epiloog klinkt een hoopvoller beeld: een zicht op een gebroken maar prachtig alternatief, een soort wanordelijk paradijs dat buiten de dominante marktlogica bestaat. Na de 'verantwoording' volgt nog een speelse appendix waarin Marsman een Large Language Model dwingt tot excuses voor het trainen op auteursmateriaal zonder toestemming — een knipoog naar huidige discussies over AI en auteursrechten — gevolgd door voetnoten die het werk afronden.

Het omslagbeeld — een blauwe demon uit een oud Iraans manuscript — en de schrille slogan op de achterzijde versterken het carnavaleske en dreigende karakter van het boek. De classificatie als algemene literaire fictie onderstreept dat Marsman met dit werk de grenzen tussen genres oprekt: het leest als satire, manifest en fantasierijke allegorie tegelijk.

Voor lezers die Marsmans oeuvre kennen, sluit De dichter en de duivel aan bij terugkerende thema’s: de confrontatie met ziekte, het verlangen naar leven, maatschappelijke betrokkenheid en de wisselwerking van woede en mededogen. Marsmans persoonlijke geschiedenis — haar diagnose met een zeldzame vorm van kraakbeenkanker en haar ambt als Dichter der Nederlanden — geeft deze laatste publicatie extra lading. Haar eerdere bundels en proza toonden al de combinatie van persoonlijke kwetsbaarheid en een politiek bewuste poëtica; dit boek vertaalt dat temperament naar een groter, scherper en vaak hilarisch commentaar op de publieke sfeer.

De bundel voelt als een achtbaan: melig, scherp, soms messcherp en voortdurend levendig. Het is, in ironische zin, een laatste gevecht tegen de krachten die leven en taal platdrukken — en tegelijk een pleidooi voor verbeeldingskracht, humor en volharding. Dat deze 'toverbal' het slotakkoord van Marsman blijkt te zijn, maakt het boek pijnlijk actueel en extra betekenisvol; het bevestigt haar talent om persoonlijke ervaring en maatschappelijke kritiek te laten samensmelten tot een uniek literair geluid.