De deugheerschappij faalt: Waarom de burger weigert te bevriezen voor de klimaatkerk

vrijdag, 29 mei 2026 (08:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Tilburg University onderzocht in Vlaardingen en Amsterdam wat er gebeurt als huishoudens een In-Home Display (IHD) krijgen om hun energieverbruik live te volgen. Ruim 1.800 IHD’s werden bij deelnemende woningen geïnstalleerd en een jaar gevolgd. De studie werd uitgevoerd in opdracht van de Woonbond en adviesbureau Quintens.

Belangrijkste bevindingen: hogere-inkomenshuishoudens reageerden op de informatie door daadwerkelijk te besparen, maar bij de huishoudens onder de lage-inkomensgrens trad vaak het tegenovergestelde op. Wanneer mensen met beperkte financiële middelen op het display zagen dat extra stoken weinig kostte, kozen velen er bewust voor om de verwarming hoger te zetten om comfortabel en gezond te blijven. De steekproef had een gemiddeld besteedbaar inkomen van ongeveer €32.500, 80% van de deelnemers huurde hun woning en de helft viel onder de lage-inkomensgrens.

Woonbond-directeur Zeno Winkels stelde dat besparen niet het enige doel mag zijn: "Toch hoeft energie besparen niet het enige doel te zijn." Volgens hem komt bij huishoudens in energiearmoede de keuze om weer normaal en gezond warm te wonen nadrukkelijk terug in beeld.

De uitkomst wijst erop dat alleen het geven van inzicht in verbruik niet automatisch leidt tot energiebesparing onder kwetsbare groepen. Voor mensen in energiearmoede speelt gezondheid en comfort een doorslaggevende rol. Beleidsmatig suggereert dit dat monitoringtechnieken zoals IHD’s moeten worden aangevuld met gerichte maatregelen — bijvoorbeeld verbetering van woningisolatie, financiële ondersteuning of aangepaste tariefstructuren — om zowel betaalbaarheid als energiebesparing te bevorderen zonder de meest kwetsbaren te dwingen te bezuinigen op noodzakelijke verwarming.