De desastreuse gevolgen van Defensie voor klimaat en natuur
In dit artikel:
Ecoloog Patrick Jansen suggereerde recent dat extra defensiebudgetten onverwacht winst voor natuur en klimaat kunnen opleveren: oefenterreinen hebben natuurwaarde en hersteld veen kan zowel wateropvang als CO2-opslag bieden. Die voordelen bestaan, maar zijn volgens critici te weinig om de milieu-impact van de militaire sector te compenseren, en de kolossale nadelen blijven in Jansen’s betoog buiten beeld.
Wetenschappelijke schattingen zetten de militaire uitstoot in perspectief: in 2019 was de wereldwijde militaire sector verantwoordelijk voor zo’n 5,5% van de CO2-uitstoot — meer dan luchtvaart (1,9%) en scheepvaart (1,65%) samen — en vergelijkbaar met de uitstoot van een grote nationale economie. Die emissies komen grotendeels van voertuigen en wapensystemen (marineschepen, gevechtsvliegtuigen) waarvoor een niet-fossiele inzetbare technologie vooralsnog ontbreekt. Biobrandstoffen blijken geen simpele oplossing: voorbeelden zoals de Britse RAF die HVO gebruikt tonen dat veel van zulke brandstoffen afhankelijk zijn van palmolie, met ontbossing en andere ecologische schade als gevolg.
Bovendien zijn militaire emissies structureel onderbelicht en moeilijk te reguleren. Sinds het eerste klimaatverdrag (1997) hebben krijgsmachten een uitzonderingspositie en hoeven veel landen, waaronder Nederland, hun militaire uitstoot niet te rapporteren. Daardoor blijft controle beperkt en beleid om die uitstoot terug te dringen praktisch vrijwel onmogelijk.
De militaire praktijk gaat ook hand in hand met directe milieuvervuiling en lange restschade. Historische voorbeelden zijn nog steeds schadelijke effecten van Agent Orange in Vietnam en de Franse “Zone Rouge” uit de Eerste Wereldoorlog; recenter is in Gaza enorme aantasting van landbouwgrond door gerichte aanvallen. Ook Nederland heeft voorbeelden van eigen Defensie die schade veroorzaakte: PFAS-vervuiling bij de Jelsumer Feart en een natuurbrand bij Ede door een oefengranaat.
Een nieuwe wet, de Wet op de Defensiegereedheid, lijkt deze trend te bestendigen. De wet, nog in advisering, verleent Defensie op onderdelen vrijstelling van normale milieuregelgeving en EU-richtlijnen, maakt inspraak lastiger en bevat bepalingen die het openbaar maken van militaire broeikasgasemissies bemoeilijken. Dat versterkt de eerdergenoemde rapportage- en controleproblemen.
De kernboodschap van de auteur is helder: veenherstel en behoud van oefenterreinen zijn waardevol, maar mogen niet verhullen dat de militaire sector momenteel netto schadelijk is voor klimaat en natuur. Zonder transparantie, technologische doorbraken én politieke wil om bewapening en militarisering kritisch te wegen, zullen maatregelen als extra defensiebudgetten eerder de ecologische crisis verergeren en samenwerking rondom grensoverschrijdende milieuproblemen bemoeilijken dan oplossen.